De CL winnaar komt zelden uit een hoofdstad

Gepubliceerd op 27 juni 2013 | Door Remon Hendriksen | Buitenlands voetbal

Na de Champions League-winst van Chelsea in 2011-2012 is Londen eindelijk van de nul af. De nul die in dit geval staat voor gewonnen Champions Leagues. Na Istanbul en Moskou is Londen de grootste stad van Europa met grote clubs als Arsenal, Chelsea en Tottenham Hotspur. Toch lukte het de Engelse hoofdstedelingen nooit om de EC I/CL te winnen. Deze eer was weggelegd aan andere Engelse clubs zoals Manchester United, Liverpool, Aston Villa en zelfs Nottingham Forrest. Gelukkig voor Londen (en natuurlijk Chelsea) kwam daar in 2012 eindelijk verandering in. De langverwachte cup met de grote oren was eindelijk in de Engelse metropool. Londen is echter niet de enige hoofdstad die er niet in slaagde om de EC I/CL te winnen. Sterker nog, de andere (vaak industriesteden) winnen veel vaker de EC/CL.

Voetbalhoofdsteden?

Glasgow, Nottingham, Eindhoven, Dortmund, Marseille, Porto. Het zijn allemaal voorbeelden van steden die de EC I/CL wisten te winnen. Niet echt steden die bekend staan om hun vele inwoners (relatief gezien). Helemaal als je dit afzet tegen de grootste stadsregio’s van Europa: Istanbul, Moskou, Londen, Berlijn, Sint Petersburg en Athene. Hoe kan het toch dat in de hele historie van het kampioenenbal alleen Londen recent deze prijs wist te winnen?

Simon Kuper en Stefan Szymanski kwamen in hun boek “Dure spitsen scoren niet” tot de conclusie dat je de dominantie van clubs in de EC I/CL duidelijk in drie tijdperken kunt opdelen. Het eerste tijdperk, dat van 1956 (begin van de EC) tot het einde van de jaren zestig werd gedomineerd door clubs uit hoofdsteden van fascistische regimes. Acht van de elf gewonnen Europa Cups werden gewonnen door Real Madrid (Franco) en Benfica (Salazar). Om het nog gekker te maken: zelfs in de eerste elf finales van de EC stond telkens Real Madrid ofwel Benfica in de finale.

Begin jaren zeventig kwam er langzaam een einde aan de fascistische dominantie. Opvallend genoeg kwam er na de dood van deze twee fascistische leiders ook een einde aan de heerschappij van Real Madrid en Benfica in Europa. Het kon zelfs zo zijn dat Feyenoord en Ajax begin jaren zeventig de Europese macht grepen.

Het tweede tijdperk van de EC I/CL werd (na de dood van de fascistische leiders Franco en Salazar) gedomineerd door clubs uit de dictatoriële hoofdsteden die overgebleven waren. Zo konden Steaua Boekarest en Rode Ster Belgrado zelfs de winst pakken. Kuper en Szymanski ondervonden dat dictators al hun middelen naar de hoofdstad stuurden en de clubs daarmee (in)direct ondersteunden. Zij geloven zelfs dat wanneer de Communistische Partij van Nederland (CPN) aan de macht was gekomen in Nederland, ADO Den Haag het een stuk verder had geschopt dan nu.

Het duurde 42 jaar totdat de EC I/CL werd gewonnen door een democratische hoofdstad (Madrid, tegenwoordig wel democratisch). Een kanttekening moet hierbij wel geplaatst worden. Ajax won immers vier maal de EC I/CL, maar is alleen op papier de hoofdstad van Nederland. Alle functies van de hoofdstad zitten in Den Haag. Ajax is in deze dus een beetje een vreemde eend in de bijt.

De laatste jaren komt het zelden voor dat een hoofdstad de CL wist te winnen. In onderstaand overzicht is dat duidelijk te zien. Alleen Londen, Madrid en Amsterdam wisten als hoofdstad de CL binnen te slepen.
[ws_table id=”58″]

Hoe komt het toch dat hoofdsteden zelden de EC I/CL winnen ten opzichte van de niet-hoofdsteden?

Szymanski en Kuper komen zelf met een aantal oorzaken. Zo is een voetbalclub in een hoofdstad nooit (of zelden) het belangrijkste instituut voor de stad. Provinciesteden als Eindhoven, Heerenveen, Waalwijk, Zwolle, Nottingham of Manchester hebben hun naamsbekendheid haast te danken aan de plaatselijke trots. Dit terwijl Londen, Parijs, Rome of Moskou allen echt geen Champions League nodig hebben.

Daarnaast zijn de clubs in provinciesteden voornamelijk industriesteden. Dit is ook de reden dat clubs uit deze steden zo groot zijn geworden. Vele migranten kwamen naar provinciesteden als Manchester, Rotterdam, Turijn en Milaan, ver weg van huis en soms ook ver weg van familie. De meeste van deze migranten zochten de plaatselijke voetbalclubs om hun interesses te binden. Het zorgde voor saamhorigheid. Ze kregen een binding met de stad. Ze kregen een plekje. Voetbal was hun enige gedeelde factor. Maar wel vol met passie.

Deze industriële revolutie zorgde ervoor dat provincieclubs konden uitgroeien tot nationale en Europese grootmachten. Hoe belangrijk de industriële revolutie was, blijkt wel uit het feit dat rondom Manchester (in een straal van 150 km) 43 professionele clubs zijn. Naar schattig de hoogste dichtheid op aarde. Zo kon het dat de provinciale clubs groter werden dan de clubs in hoofdsteden.

Het is dus niet zozeer dat de clubs uit hoofdsteden zo vaak falen in EC I/CL-verband, maar ook dat de clubs voorbij zijn gestreefd door de provincieclubs.

Een andere factor is wat mij betreft ook de factor geluk. Chelsea verloor in 2008 de finale na strafschoppen van Manchester United. Arsenal verloor in 2006 de CL-finale in het laatste kwartier tegen Barcelona. Wat als Lehmann in de 18e minuut geen rode kaart had gekregen? De verschillen in deze wedstrijden waren zo klein, dat de factor geluk/pech absoluut een rol heeft gespeeld. Met iets meer geluk had Londen misschien al wel drie Champions League-titels gehad.

Een laatste niet te onderschatten factor is misschien wel het feit dat er ongeveer 10-15 steden per land zijn met voetbalclubs. Statistisch gezien is het dus niet zo gek dat er minder winnaars zijn uit hoofdsteden.

Wat brengt de toekomst?

Misschien breekt binnenkort wel een nieuw tijdperk aan. Het is niet gek om te denken dat de clubs met rijke investeerders nu de macht gaan grijpen in Europa. Iets wat natuurlijk al enkele jaren bezig is, maar steeds grotere vormen aanneemt. Clubs als Chelsea (Abramovich), AS Monaco (Rybolovlev), Manchester City (Al Nayhan) en Paris Saint-Germain (Qatar Sports Investments) zullen hoogstwaarschijnlijk voor een belangrijk deel de dienst gaan uitmaken in Europa. Is dit niet over enkele jaren, dan is het wel op de lange termijn. Uiteindelijk zal het geld de doorslag geven. En geld hebben deze clubs.

En zo kan het maar zo zijn dat Londen, Parijs of misschien ook wel Moskou (oliedollars) in de toekomst de cup met de grote oren gaan winnen. Het is nu wachten op een overname van Hertha BSC. Berlijn is één van de grootste steden van Europa, maar voetballend gezien een absolute dwerg.

In mijn ogen zijn we in ieder geval bezig aan een vierde tijdperk in het mondiale voetbal. Een tijdperk waarin geld alsmaar belangrijker wordt en de rijken rijker zullen worden. Of zal de UEFA/FIFA hier nog een stokje voor gaan steken? Ik denk het niet. Al met al is het helemaal niet ontdenkbaar dat hoofdsteden ook weer voetbalhoofdsteden worden het komende decennium.

Over de auteur

Remon Hendriksen
Remon is de oprichter van Tussen de linies. Met de oprichting combineerde hij zijn passie voor voetbal en internet. Remon beheert de website en is veel bezig met SEO en de ontwikkeling van het merk en de website Tussen de linies. Daarnaast schrijft hij zelf artikelen en ondersteunt hij de eindredactie.

3 Responses to De CL winnaar komt zelden uit een hoofdstad

  1. Avatar Erik zegt:

    Dit is gewoon rechtstreeks conclusies uit dat boek overtikken en er een artikel van maken..niet sterk.

    • Hoi Erik. Bedankt voor je reactie:)

      De basis is gelegd via dat boek ja. Maar dat is toch ook niet erg? 95% van de lezers zal het boek niet gelezen hebben. Daarnaast komen er genoeg aanvullende punten aan bod.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *