De Premier League wordt gezien als de grootste en meest competitieve competitie ter wereld. Een kapitaalintensieve competitie met enorme transferbedragen. Maar het ontbreekt vooralsnog aan succesvolle Engelse managers.

Sterker nog: sinds de naamwisseling naar Premier League in 1992 wist nog geen enkele Engelse manager de trofee omhoog te liften. Hoe kan de grootste, meest competitieve, door sommige bestempeld als beste en duurste competitie ter wereld geen succesvolle, nationale managers voortbrengen?

De cijfers

En het gaat verder dan dat. Engelse ploegen doen het de laatste jaren niet slecht in bijvoorbeeld de Champions League, maar de laatste Engelse trainer die de beker met de grote oren omhoog mocht houden stamt uit 1984. Toen nog bekend als Europacup I won Joe Fagan de beker met Liverpool.

In de Premier League van dit seizoen vinden we slechts vijf Engelse managers, wat neerkomt op 25%. Ter vergelijking: in geen enkele van de andere top 10 Europese competities ligt het percentage onder de vijftig procent.

CompetitieAantal clubsNationale trainersPercentage
Premier League20525%
Eerste Klasse A181056%
Scottish Championship12758%
Ligue 1201365%
Bundesliga181267%
LaLiga201470%
Ö. Bundesliga12975%
Eredivisie181583%
Serie A201890%
Liga Portugal181794%
Tabel 1: Percentage nationale trainers in Top 10-competities

Met de aanstelling van Graham Potter bij Chelsea staat er nu wél een Engelsman aan het roer bij een zogeheten top zes-club in de Premier League. De overige Engelse trainers in de Premier League zijn momenteel Steven Gerrard (Aston Villa), Gary O’Neil (Bournemouth), Frank Lampard (Everton) en Eddie Howe (Newcastle United).

De aanstelling van Potter betekende ook dat het in de Champions League-actieve Chelsea een unicum beleeft: Potter is de enige Engelse trainer die dit seizoen uitkomt bij een club die Europees voetbalt. Van alle 96 (!) teams die uitkomen in een van de drie Europese toernooien, is de 47-jarige hoofdtrainer de enige met de Engelse nationaliteit. En dat voor een land dat beweert de uitvinder van het voetbal te zijn.

En daarmee komen we ook direct bij een van de oorzaken van het probleem: de Engelse manager krijgt te weinig kansen bij een Engelse topclub. Doordat er zóveel geld omgaat in de Premier League, kiezen (zeker) de topclubs voor een grote naam uit het internationale voetbal en niet voor een Engelse hoofdcoach die nog moet groeien.

Sinds 2000 stonden er namelijk maar zeven Engelse trainers voor een vaste periode aan het roer bij een van de zes topclubs. Het meest recente voorbeeld: Lampard. In de zomer van 2019 werd hij aangesteld bij Chelsea, dat op dat moment een transferverbod kende. Met het inzetten van jeugdspelers oogstte hij lof, maar in januari 2021 (na anderhalf seizoen) werd hij alsnog aan de kant gezet wegens tegenvallende resultaten. Saillant detail: zijn Duitse opvolger Thomas Tüchel won later dat seizoen met hetzelfde Chelsea de Champions League.

De overige Engelsen waren ook niet zeer succesvol. Roy Hodgson (Liverpool) werd ontslagen vanwege een twaalfde plaats op de ranglijst, Tim Sherwood (Tottenham) nam over toen ze zevende stonden, eindigde op een zesde plaats en werd alsnog ontslagen en onder Glenn Hoddle behaalde Tottenham vroeg deze eeuw niet eens Europees voetbal. Kevin Keegan en Stuart Pearce hadden Manchester City onder hun hoede voordat het grove geld in de blauwe kant van Manchester werd gepompt.

De enige Engelse manager die enigszins succesvol was bij een top zes-club was Harry Redknapp. Hij volgde de Spanjaard Juande Ramos op in 2008 toen Tottenham zich op de laatste plaats van de Premier League bevond. Hij kreeg het voor elkaar om ze naar een achtste plaats te loodsen.

Als er niet gekozen wordt voor Engelse trainers maar voor buitenlandse trainers, zal de kwaliteit van de Engelse trainers ook niet zomaar toenemen. Immers: ervaringen bij een topclub zijn goed voor het internationale aanzien van een trainer, zeker als dat gepaard gaat met Europese wedstrijden.

Buitenlandse opties

Voor veel buitenlandse trainers geldt managen in de Premier League als hun droomjob. Voor veel Engelse trainers zal het precies hetzelfde zijn. En daar schuilt ook een probleem: de ambitie van Engelse trainers.

Engelse trainers, neem bijvoorbeeld Neil Warnock of Sam Allardyce, blijven het liefst in Engeland. Ze kiezen voor de veilige optie; dan maar een club in de Championship of laag in de Premier League. En dat terwijl menig club in de Europese topcompetities het ziet zitten om een manager met jarenlange Premier League-ervaring aan te stellen.

Slechter maakt het je niet als trainer. Kijk maar naar bijvoorbeeld Sir Bobby Robson, die zeer succesvol was met PSV en Steve McClaren die de Eredivisie won met FC Twente. Maar aan de andere kant van het spectrum staat Gary Neville. Hij werd in december 2015 aangesteld bij Valencia maar kon enkele maanden later zijn spullen alweer pakken, nadat hij slechts drie van de zestien competitiewedstrijden wist te winnen.

En zulke voorbeelden als die van Neville schrikken de Engelse trainers af. Wat nog eens versterkt wordt door de Engelse media. De Engelse media worden ervan verweten om enkel aandacht te schenken aan de Premier League-clubs en hoogstens aan de topclubs als FC Barcelona, Real Madrid en Paris Saint-Germain. 

Als de media enkel het Premier League-voetbal covert en het wegzet als ‘de beste competitie ter wereld’, dan gaan de supporters daarin mee. En ook aanstaande trainers en spelers krijgen dit mee. Tel daar een taalbarrière in het buitenland bij op en er is geen enkele reden voor een Engelse trainer om in het buitenland aan de slag te gaan, als hij ook voor een club in de Championship kan kiezen.

De eerste inhaalslag is hierbij overigens al wel gemaakt. Jonge spelers kiezen steeds vaker voor een route via het buitenland. Zo is de Bundesliga enorm in trek bij Engelse talenten, met Jadon Sancho als uitstekend voorbeeld. Waarom zouden Engelse trainers deze route niet kunnen volgen?

Een van de Engelse trainers die zijn carrière wél begon in het buitenland, is Potter. Jarenlang zat hij op de bank bij het Zweedse Östersunds en niemand in Engeland kende zijn naam. Totdat Östersunds in de Europa League Arsenal overklaste. Want zo simpel gaat het in Engeland: pas als je tegen een Engelse club speelt, wordt je in de media benoemd. Zo ging het ook met Potter: hij kreeg een naam in Engeland als Arsenal-killer en stond direct in de belangstelling van Engelse clubs. Via Swansea City kwam hij bij Brighton & Hove Albion terecht.

Potter

Het is voor het Engelse trainersgilde te hopen dat Potter bij Chelsea de tijd krijgt om zijn voetballende ideeën te implementeren. Wie weet kan hij de kroonprins van het nieuwe, Engelse trainersgilde worden. Een trainersgilde waarbij niet alle trainers zitten te wachten tot er een dertien-in-een-dozijn-baantje vrijkomt bij een Championship club, maar zelf initiatief durven nemen om in het buitenland aan de slag te gaan. Want ondanks dat ze de beste competitie ter wereld hebben, lopen ze met eigen, succesvolle trainers nog een heel eind achter.

5/5 - (1 stemmen)
Nog geen reacties
Geef je mening Cancel
Comments to: Waar is de succesvolle Engelse manager?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.