ppda eredivisie

Passes Per Defensive Action in de Eredivisie (mate van druk zetten)

Gepubliceerd op 13 juni 2019 | Door Willem van den Brink | Overige

De meest gebruikte voetbalstatistieken focussen op aanvallende acties en handelingen in balbezit. Dit geldt zowel voor standaardcijfers als doelpunten en assists, als voor analytischere cijfers.

Sinds de introductie van expected goals (xG) gaan de analyses steeds dieper, maar blijft de uiteindelijke vraag; ‘Hoe draagt dit bij aan onze gescoorde doelpunten?’

Hoe waardevol deze analyses ook zijn, raakt verdedigend gedrag hierdoor onderbelicht. Vandaar dat we een artikel wijden aan Passes Per Defensive Action (PPDA).

Definitie PPDA

In 2014 schreef Colin Trainor in dit artikel waarin hij het concept PPDA als volgt definieerde:

‘Passes Per Defensive Action = Aantal passes gemaakt door het aanvallende team / Het aantal verdedigende acties van het verdedigende team’

Stel: NAC speelt tegen Vitesse. Dan is de PPDA voor Vitesse het aantal passes gemaakt door NAC gedeeld door het aantal verdedigende acties van Vitesse. Hierbij definiëren wij vijf verschillende verdedigende acties:

  • Tackles & challenges
  • Intercepties & geblokte passes
  • Gemaakte overtredingen

De eerste vier stonden ook genoemd in het artikel van Trainor. De vijfde zien wij op basis van Opta definities als een logische toevoeging. Het idee achter PPDA is namelijk te meten hoeveel passes een team toelaat voordat ze de bal proberen te veroveren.

Als een team veel passes toelaat (hoge PPDA) dan zetten ze dus minder druk dan wanneer ze weinig passes toelaten (lage PPDA).

Ten slotte stond in het oorspronkelijke artikel van Trainor een afbakening van het gebied waar naar gekeken wordt. Zowel voor de passes als voor de verdedigende acties kijken we naar de eigen helft van de aanvallende partij, plus het stuk net over de middellijn op de helft van de tegenstander.

De reden hiervoor is dat als een aanvallende partij verder op de helft van de tegenstander komt, er bijna altijd druk op de bal zal zijn. Dit gedeelte van het veld geeft daarom geen nuttige informatie om te bepalen of een team snel druk zet of niet.

De precieze afbakening is, zoals Trainor zelf ook aangeeft, enigszins arbitrair. Als andere bronnen andere grenzen (of geen grenzen) voor PPDA gebruiken, is dat niet direct verkeerd.

Het betekent echter wel dat PPDA cijfers van de ene bron niet altijd te vergelijken zijn met PPDA cijfer van een andere bron. Net zoals xG verschilt van bron tot bron.

Goed om te weten

Voordat we naar de Eredivisie cijfers kijken, is het belangrijk om twee implicaties van de definitie van PPDA te bespreken.

PPDA is descriptief

Een lage PPDA is niet per definitie goed of slecht. Het geeft alleen aan in welke mate een team druk zet. Stel dat je een zwakker team hebt dan je tegenstander, dan kan het verstandig zijn om veel spelers ‘achter’ de bal te houden.

Hiermee laat je veel passes toe, maar wordt de tegenstander (hopelijk) niet gevaarlijk. In dit geval zou de ‘juiste’ tactiek dus een hoge PPDA waarde opleveren.

Dit voorbeeld geeft ook aan waarom sterkere teams vaak een lagere PPDA hebben dan zwakkere teams. Aan de ene kant heeft het zwakkere team minder reden om in balbezit het spel te maken, waardoor het sterkere team druk moet zetten. Aan de andere kant heeft het zwakkere team geen reden om voluit druk te zetten.

Daarnaast geeft PPDA aan of er druk gezet wordt, niet of het ook goed gebeurt. Je kan ongecoördineerd druk zetten en veel mislukte tackles / overtredingen accumuleren. Hoewel je dan een lage PPDA hebt, is dat verre van ideaal. Pressing is echter, zoals Frank Wormuth regelmatig uitlegt, teamwerk.

PPDA beschrijft teams

Veel voetbalstatistieken kunnen zowel op team- als op spelerniveau geanalyseerd worden. Een simpel voorbeeld is het aantal gescoorde doelpunten: PSV heeft een doelpuntenaantal van 98 en Luuk de Jong scoorde er 28. Met PPDA kan dit niet. Je kan niet zeggen dat AZ een PPDA van 11.17 had en Guus Til een PPDA van 2.38.

Hoewel individuele spelers niet op basis van PPDA geanalyseerd kunnen worden, kun je het wel gebruiken om coaches te karakteriseren.

Als (bijvoorbeeld) John van den Brom van vroeg druk zetten houdt, dan zal je in de data zien dat AZ en vroeger ADO en Vitesse een lagere PPDA hebben dan de teams om hen heen.

Eredivisie PPDA

PPDA cijfers zijn redelijk te vinden voor de vijf grote competities. Voor de Eredivisie is dit een stuk minder. Naast een paar losse cijfers vinden we alleen bij 11tegen11 gestructureerde data. Echter, data voor afgelopen seizoen lijken te missen. Tot nu toe dan, aangezien de onderstaande tabel aangeeft hoe teams afgelopen seizoen scoorden.

Eredivisie PPDA

Tabel 1: Hoe scoorden afgelopen seizoen de Eredivisieteams op PPDA?

Een paar teams springen er uit. VVV en FC Utrecht hebben een hogere PPDA dan je zou verwachten op basis van de ranglijst. Bij VVV is dit geboren uit realisme, en heeft dit er mede voor gezorgd dat er volgend seizoen weer Eredivisievoetbal in Venlo is.

Bij FC Utrecht lijkt er iets anders aan de hand te zijn. Qua spelersmateriaal mag er van Utrecht meer initiatief verwacht worden. Als deze lijn volgend seizoen doorgetrokken wordt, dan is het voor zwakkere teams in balbezit misschien zinnig om afwachtend en veilig te spelen. Hiermee zou Utrecht gedwongen worden om uit hun ‘comfortzone’ te treden.

Aan de andere kant van de ranglijst vallen de promovendi van afgelopen seizoen op. Alle drie de teams hebben een plaats in de middenmoot. Ook PEC Zwolle had een lagere PPDA dan de teams om hen heen. Dit kan gerelateerd zijn aan verwachtingen op basis van seizoen 2017/2018 waarin PEC Zwolle lang om de top vijf meestreed.

Toekomst van pressing metrics

Het eerder aangehaalde artikel van Colin Trainor is alweer vijf jaar oud. Het concept is sindsdien vaak gerelateerd aan ‘gegenpressing‘ dat in 2014 nog relatief nieuw was. Sindsdien zijn met name pressingcijfers verder onder de loep genomen. Hierbij werd het ook steeds beter mogelijk om de individuele bijdrage van een speler zichtbaar te maken.

Een probleem van deze nieuwe ontwikkelingen, is dat de resulterende visuals op het eerste oog minder behapbaar en interpreteerbaar zijn. Dit maakt de vernieuwingen niet minder waardevol voor clubs. Wel maakt het de vernieuwingen minder hanteerbaar op een website als Tussen de Linies.

Hoewel bijvoorbeeld een pressure map vol informatie zit, is ‘het verhaal’ niet direct duidelijk. Vandaar dat wij in eerste instantie PPDA blijven gebruiken om het verdedigende spel van clubs te beschrijven.

Echter, zodra er vernieuwingen zijn die makkelijker in het gebruik zijn, of casussen waarin een pressure map meteen duidelijk is, dan zullen we deze natuurlijk adopteren.

Passes Per Defensive Action in de Eredivisie (mate van druk zetten)
5 Stemmen: 3

Over de auteur

Willem van den Brink
Willem is afgestudeerd Psycholoog en Econoom. Met deze wetenschappelijke achtergrond doet hij kwantitatief onderzoek voor Tussen de Linies waar hij vervolgens artikelen over schrijft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.