1. Overige

Hoe voetballers met data hun voordeel kunnen doen

“Belachelijk toch. Mijn gevoel is voor mij nog vele malen belangrijker dan statistieken.”
Michiel Kramer gaf in het programma FC Afkicken hiermee aan het vele gebruik van data in het voetbal belachelijk te vinden en dat zijn gevoel belangrijker is dan statistieken. Natuurlijk is dit ook belangrijk maar kan data hem naast zijn gevoel juist niet helpen om in wedstrijdsituaties nóg betere beslissingen te nemen?

Bloggers in binnen en buitenland schrijven er graag over en ook de voetbalclubs lijken het gebruik van data steeds meer te omarmen. Maar wat kunnen spelers individueel met het gebruik van data? We beschrijven vier praktijkvoorbeelden.

Mark-Jan Fledderus

Het innoverende databedrijf SciSports kwam onlangs met een publicatie waarin het beschreef hoe zij Heracles Almelo-linksback Mark-Jan Fledderus hebben geholpen met het uitschakelen van zijn directe tegenstander Jesús Manuel Corona.
SciSports heeft een intensieve samenwerking met Heracles. En speciaal voor Fledderus heeft SciSports zijn directe tegenstander tijdens de wedstrijd Heracles – FC Twente in kaart gebracht. Er werd gekeken naar bijvoorbeeld de gemiddelde positie van Corona, gecreëerde kansen, type goals, passes (nauwkeurigheid, ontvanger etc), verdedigende duels, acties (positie, binnendoor of buitenom?).

Individueel-datagebruik-voetballers2
Afbeelding 1: SciSports bracht o.a. de aanvallende dribbels van Corona in kaart (Data via Opta).

Dan naar de wedstrijd. Corona, toch niet de minste tegenstander die je kunt treffen maakte uiteindelijk geen schijn van kans tegen de naar linksback omgeschoolde middenvelder van Heracles. Fledderus had de Mexicaanse dribbelaar volledig in zijn broekzak zitten.
In gesprek met Tubantia legt Fledderus uit waarom hij Corona uit de wedstrijd speelde en bijna al zijn persoonlijke duels won. “Uit de analyse kwam naar voren dat Corona heel vaak naar binnen dreigt en dan toch buitenom gaat, en andersom. Ik wachtte daarom steeds wat langer en dat werkte. Ook bleek dat hij tegen PEC Zwolle de meeste ballen kreeg van Marsman. Ook daarop kon ik anticiperen; Ik heb bijna alle duels gewonnen.”
Stefan Huiskes, Football Analyst bij SciSports tegenover Tussen de linies: “Individuele statistieken voor spelers geven inzicht in de wijze hoe ze zich op een tegenstander kunnen voorbereiden. Neem bijvoorbeeld een buitenspeler die 80% van zijn acties binnendoor maakt. Een verdediger weet daardoor hoe hij zich verdedigend in één-tegen-één-situaties kan opstellen.”
Nuttige informatie dus en voor iedere back in de Eredivisie was dit natuurlijk zinvol geweest. Corona is inmiddels vertrokken naar Portugal, maar in principe is iedere speler op deze manier in kaart te brengen en te analyseren.

Voorzetten of direct schieten?

Kun je het nog herinneren? Messi die in de laatste minuut in de finale van het WK 2014 een vrije trap mag nemen op flinke afstand van de goal. Hij moet hier kiezen: of hij schiet direct op goal, of hij besluit een voorzet te geven. Welke optie heeft de hoogste kans van slagen?
Met deze vraag hield Daniel Barnett zich bezig. Hij onderzocht op welke locaties in het veld je een vrije trap direct op goal moet schieten of beter een voorzet kunt geven.

Individueel-datagebruik-voetballers
Afbeelding 2: overzicht verschillende posities van vrije trappen. (afbeelding via optapro.com)

Voor zijn onderzoek heeft hij alle vrije trappen in de Premier League uit het seizoen 2013/14 in kaart gebracht. De gele stipjes zijn voorzetten en de blauwe stippen directe schoten op doel zijn. De gemarkeerde vlakken zijn de locaties waarin de meeste variatie zit: of je geeft een voorzet, of je schiet direct op goal. Barnett bekeek het conversiepercentage van de vrije trappen met het volgende resultaat:
Individueel-datagebruik-voetballers1
Vanuit positie A, dus op de rand, aan de zijkant van het strafschopgebied kan je best vaker overwegen om eens direct op goal te schieten in plaats van een voorzet geven. Vanuit positie B wordt veel vaker direct geschoten dan voorgegeven. En terecht, zo blijkt: 5,1% van de schoten belandt in het doel, terwijl van de voorzetten 3,4% resulteert in een doelpunt. Tot slot positie C (27+ meter). Dit weekend zagen we Nemanja Gudelj vanuit die positie een vrije trap direct op goal schieten. Geen slimme keuze, zo wijzen de statistieken van Barnett uit. Slechts 1,2% van de directe schoten uit vrije trappen vliegt er vanaf die positie in. Gudelj had daarom beter kunnen besluiten voor te geven, de kans dat dit een goal oplevert is ruim vier keer zo groot.
En Messi? Die had gezien de bovenstaande cijfers gelijk om direct op goal te schieten.

Schietgrage Memphis

Enkele weken geleden tweette Colin Trainor iets interessants. Hij gaf aan dat Memphis al zestien keer het vijandelijke doel onder vuur heeft genomen. Memphis deed dit echter op locaties in het veld waar de kans zeer klein is dat dit überhaupt een doelpunt oplevert. Zijn zestien schoten zou gemiddeld genomen één doelpunt hebben opgeleverd. Niet echt slim om van die afstand te schieten toch? Een schot dat geen doelpunt oplevert betekent immers vaak balverlies of nog erger: een verloren kans op een betere kans.


Ook vorig seizoen, toen nog als PSV’er, ondernam Memphis vele doelpogingen van buiten het strafschopgebied. Hij schoot uiteindelijk 89 keer van buiten het strafschopgebied, maar wist uit open spel maar één keer doel te treffen.

Individueel-datagebruik-voetballers4
Afbeelding 3: Alle schoten van Memphis voor PSV in het seizoen 2014/15. (Afbeelding via @SteMc74)

Uit directe vrije trappen scoort Memphis vaak: alleen vorig seizoen al zeven stuks. Uit open spel weet hij de keeper van de tegenstander eigenlijk maar zelden te verrassen. Je vraagt je af waarom Memphis het toch blijft proberen.
Als Memphis exacte data zou hebben over hoe vaak een afstandsschot doel treft (3,6%) of inzicht in de verwachte waarde van zijn schoten, dan zou hij misschien veel minder vaak schieten en op zoek gaan naar een betere oplossing om een betere kans te creëren.
De schietgrage Memphis komt waarschijnlijk voort uit het feit dat hij in het verleden wel eens een afstandsschot heeft omgezet in een doelpunt. Dit succes blijft waarschijnlijk veel beter hangen, dan alle schoten die geen doel troffen, die hieraan vooraf zijn gegaan en nog zullen komen.

Strafschoppen

Ook op het gebied van het nemen of tegenhouden van strafschoppen kunnen spelers hun voordeel doen. Neem bijvoorbeeld keepers. Michiel de Hoog schreef in 2014 een stuk over de Baskische econoom Ignacio Palacios-Huerta die onderzoek deed naar 1001 strafschoppenseries op WK’s, EK’s, in de Champions League, de UEFA Cup en diverse nationale bekertoernooien.
De Bask kwam tot de conclusie dat professionele voetballers die regelmatig strafschoppen nemen, over het algemeen goed zijn in het verzilveren van deze buitenkansjes. Gemiddeld schieten ze ongeveer 60% van de strafschoppen in hun natuurlijke hoek en 40% in de andere hoek. Een keeper kan echter niet constant naar de natuurlijke hoek van schutter duiken omdat de schutter ook in 40% van de gevallen de onnatuurlijke hoek schiet.
Schutters die echter zelden een strafschop nemen zijn een stuk voorspelbaarder. Zij zullen er vaker voor kiezen om naar hun natuurlijke hoek te schieten. Een linkspoot zal dus vaker uit perspectief van de keeper in de linkerhoek schieten.

“In 60,6% van de gevallen wint het team dat de toss wint de strafschoppenreeks”.

De Hoog merkte echter een nog veel belangrijkere factor op in het onderzoek van Palacios-Huerta. Het team dat de toss wint- en in strafschoppenseries de serie dus begint- wint in 60,6% van de gevallen de reeks. Dat kan verklaart worden doordat het team dat niet begint, over het algemeen een achterstand heeft (in 80% van de gevallen is een strafschop immers succesvol) weg te werken en meer druk zal ervaren. De aanvoerder doet de toss namens zijn team, waardoor hij dus (onbedoeld) een behoorlijke invloed heeft op het wel of niet winnen van deze ‘loterij’.

Kansen

Het moge duidelijk zijn dat statistieken ook op individuele basis gebruikt kunnen worden. In het professionele voetbal zijn de verschillen klein en daarom alleen al zul je als profvoetballer jezelf door middel van details als data proberen te onderscheiden van de rest. Linksom of rechtsom passeren, beginnen aan een penaltyserie, schieten of doorcombineren, voorzetten of direct op doel schieten; gebruik de data in je voordeel!
Michiel Kramer heeft absoluut gelijk dat ‘gevoel’ belangrijk is in het voetbal. Dat neemt echter niet weg dat je beschikbare gegevens ook in je voordeel kan gebruiken. Juist om dat belangrijke gevoel te bevestigen.
Data in dit artikel is afkomstig van Opta.

Vind je Remon Hendriksen's artikelen leuk? Volg hem op social media!
Nog geen reacties
Geef je mening Cancel
Comments to: Hoe voetballers met data hun voordeel kunnen doen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *