Meer dan de helft van de opgedane speelminuten in de Eredivisie dit seizoen staat op naam van niet-Nederlandse spelers. Het is slechts de tweede keer sinds de invoering van het betaald voetbal in Nederland dat dit het geval is. Hoe Nederlands is de Eredivisie nog? En hoe kwalijk is een mogelijke verbuitenlandisering van de Eredivisie?

Ook in het seizoen 2010/11 was de verdeling in het nadeel van de Nederlanders. FC Groningen was toen FC Buitenland met een verdedigingslinie die nagenoeg altijd bestond uit de Belg Jonas Ivens, Zweden Andreas Granqvist en Fredrik Stenman en de Braziliaanse Luciano als doelman.

Dit seizoen heeft Vitesse de twijfelachtige eer om bestempeld te worden als FC Buitenland. De backposities worden doorgaans ingevuld door Duitser Maximilian Wittek en Israëliër Eli Dasa. Ook de Noor Sondre Tronstad, Belg Loïs Openda, Deen Jacob Rasmussen en Slowaak Matus Bero staan bijna altijd binnen de krijtlijnen.

Grafiek 1: Percentage van het aandeel Nederlandse speelminuten bij Eredivisieclubs dit seizoen. Bron data: transfermarkt.com

In bovenstaande grafiek is het aandeel Nederlandse en niet-Nederlandse speelminuten tegen elkaar afgezet. SC Cambuur maakt in de Eredivisie het meest gebruik van Nederlandse jongens.

De drie teams die het seizoen begonnen met een buitenlandse trainer (Vitesse, PSV en Heracles Almelo) staan alle drie diep in het rood en behoren dus tot de meest buitenlandse teams van de Eredivisie dit seizoen. Sterker nog: PSV speelde in de wedstrijden tegen Fortuna Sittard (na het uitvallen van Jordan Teze) en Vitesse met een volledig buitenlandse veldbezetting; alleen doelman Joël Drommel hield de Nederlandse eer hoog.

Daarnaast valt ook op dat de huidige top vier (Ajax, PSV, Feyenoord en AZ) aan de rechterkant van de grafiek staat. Zij vertrouwen blijkbaar meer op hun buitenlandse spelers. Dat is ook terug te zien in het transferbeleid van die vier clubs. De afgelopen twee transferperioden waren achttien van de 32 aangetrokken spelers niet-Nederlands. Dit is onder meer te danken aan de Duitse wind bij PSV, Frank Arnesen als technisch directeur bij Feyenoord en het scoutingsbeleid van Ajax dat al langer de Nederlandse velden is ontstegen.

Buitenlandse aanwinsten

Dat achttien van de 32 aanwinsten van de top 4 dit seizoen buitenlandse jongens zijn, lijkt misschien niet zo’n groot aandeel (56,3%) qua aantallen, maar is het wel qua transferbedragen. De duurdere spelers zijn allemaal niet-Nederlands, bijvoorbeeld Mohamed Daramy, Patrick Walemark en Vangelis Pavlidis. Veel Nederlandse jongens zijn transfervrij gekomen, zoals Bruno Martins Indi, Davy Pröpper en Marco van Ginkel. Enkel Steven Berghuis, Drommel en Joey Veerman vormen een uitzondering op de regel dat de dure spelers enkel buitenlands zijn.

Hierbij valt op dat de niet-Nederlandse aanwinsten voornamelijk jonge spelers zijn. De eerder genoemde Martins Indi (30), Pröpper (30) en Van Ginkel (29) zijn al op leeftijd, terwijl Daramy (20), Walemark (20) en Pavlidis (23) jonge, niet-Nederlandse jongens zijn die hun Europese doorbraak in de Eredivisie willen beleven. 

Toch staan de buitenlandse jongens de Nederlandse talenten niet in de weg als het gaat om speelminuten. In totaal werden dit seizoen 159.559 wedstrijdminuten bij elkaar gespeeld door spelers van 23 jaar of jonger. Daarvan was iets meer dan de helft in handen van Nederlandse spelers. Ook in de seizoenen hiervoor was het aandeel altijd in het voordeel van onze talenten. Nederlandse talenten krijgen, ook bij de topclubs, dus nog voldoende ruimte om door te breken, ondanks het aantrekken van jonge, buitenlandse talenten.

Duitse invasie

Logischerwijs is Nederlands wel de nationaliteit met de meeste speelminuten in zowel 2010/11 als in het lopende seizoen 2021/22. Op de tweede plek vonden we toen België, gevolgd door Zweden en Denemarken. Dit seizoen ligt die verdeling een stuk anders: de tweede plek van België is ingenomen door de Duitsers.

Grafiek 2: Het aantal Duitsers dat onder contract staat in de Eredivisie. Bron data: transfermarkt.com

Het was van even geleden dat de Duitsers intrede deden in ons land, maar sinds enkele jaren is het aantal Duitse voetballers in de Eredivisie explosief gestegen. Dit seizoen zijn dat er 23. Van die Duitsers staan er tien op de loonlijst bij PSV, Vitesse en Heracles Almelo. Niet geheel toevallig zijn dat de drie clubs die momenteel een Duitse hoofdtrainer aan het roer hebben staan.

In de Volkskrant verklaarde Willem Vissers dat ‘de komst van Duitse trainers ook een kwestie was van herdefiniëring van voetbalwaarden in de polder’. Het was tijd om de Duitse trainers de kans te geven in de Eredivisie. Op hun aanhangers namen ze Duitse voetballers mee, die in Nederland de kans wél krijgen, in tegenstelling tot bij hun clubs in de Bundesliga waar voornamelijk buitenlandse jongens worden binnengehaald. Sowieso hebben buitenlandse trainers in de Eredivisie hun intrede gedaan. Vanaf 2016 hebben er meer buitenlandse trainers in de Eredivisie gewerkt dan in de vijftien jaar daarvoor. Deze waren zeker niet allen even succesvol, maar zorgden wel voor andere inzichten op het Nederlandse voetbal. 

Europese trend

Door globalisering in de voetbalwereld en het feit dat internationale transfers de afgelopen decennia makkelijker zijn geworden, duiken overal ter wereld meer buitenlandse spelers op. De trend van steeds meer niet-nationale speelminuten is in andere Europese landen al jaren aan de gang. In slechts acht van de twintig topcompetities in Europa, gekeken vanuit coëfficiëntenstandpunt, is de speelminutenstrijd gewonnen door de nationale spelers. 

Grafiek 3: Het percentage van speelminuten van binnenlandse spelers in de top 20 Europese competities. Bron data: Transfermarkt.com

Zo is in bovenstaande grafiek te zien dat ook in de grootste competitie ter wereld – de Premier League – het aandeel Engelsen fors in de minderheid is. Om een uitroeiing van de Engelse voetballers in de Premier League te voorkomen is een minimum aan homegrown-spelers ingevoerd. Dit is ook een van de verklaringen waarom Engelse spelers overeenkomsten hebben met huizen in Amsterdam: beide zijn eigenlijk niet waard wat er voor betaald wordt.

Voormalig technisch directeur Marc Overmars pleitte in VI eerder al voor zo’n quotum: “Dan dwing je de Nederlandse markt een kans te geven. Dat zou goed zijn voor het Nederlandse voetbal. Spelers moeten in hun eigen land kans krijgen.” Het zou tevens bijdragen aan het Nederlandse imago van de Eredivisie. Is het ook goed voor de kwaliteit?

In de competities die boven Nederland staan op de coëfficiëntenranglijst maken niet-nationale spelers de dienst uit. Enkel in de Spaanse LaLiga is dat niet het geval. De betere competities zijn dus flink bezet met niet-nationale spelers. Het aantrekken van kwalitatief goede buitenlanders kan het niveau van de Eredivisie omhoog gooien, waardoor nóg beter gepresteerd kan worden als het gaat om coëfficiënten.

Conclusie

De buitenlandse speelminuten hebben voor het eerst in jaren de overhand genomen in de Eredivisie. Naast de altijd al aanwezige Belgen en Scandinaviërs rukken ook de Duitsers steeds vaker op in Nederland. Dit heeft mede te maken met het aanstellen van drie Duitse trainers bij PSV, Vitesse en Heracles Almelo.

De Eredivisie is dus minder Nederlands geworden. De belangrijkste vraag die hierbij gesteld moet worden: is dit schadelijk voor de competitie? Voor het Nederlandse imago van de Eredivisie kan dit schadelijk zijn. Maar voor de kwaliteit en het aanhaken bij de Europese top zeker niet.

De Eredivisie wil zich presenteren als opleidingscompetitie waarin Nederlandse talenten kunnen doorbreken. Die talenten krijgen nog altijd de ruimte om wedstrijdminuten bij elkaar te spelen in de Eredivisie. Zij vergaren immers meer minuten dan hun niet-Nederlandse leeftijdgenoten in onze competitie.

Kijk maar naar FC Twente, waar onder anderen Mees Hilgers, Daan Rots, Jesse Bosch en Ramiz Zerrouki dit seizoen hun doorbraak beleven. Allen spelers van 23 jaar of jonger die in Enschede zoveel vlieguren opdoen dat ze de gehele Air Miles-collectie kunnen leegkopen.

Het aantrekken van talentvolle buitenlandse jongens en niet-Eredivisiespelers die directe versterkingen zijn voor de competitie, kunnen de kwaliteit van de competitie omhoog stuwen.

Zeker Ajax heeft, natuurlijk door de verschillende Champions League-campagnes van afgelopen seizoenen, deze markt kunnen aanboren. En ook PSV en Feyenoord hebben (onder andere door het netwerk van Schmidt) kwalitatieve spelers en jonge talenten uit buitenlandse competities kunnen aantrekken.

Hoe hoger de kwaliteit van onze competitie, hoe beter onze clubs presteren in Europa. Dan lopen niet alleen de zuidelijke provincies dit weekend de polonaise, maar kan het hele land de (coëfficiënten)polonaise meelopen!

Belangrijk: in dit artikel is de voetbalnationaliteit van spelers meegenomen. De speelminuten van Noussair Mazraoui worden dus gezien als niet-Nederlandse (maar Marokkaanse) speelminuten.

4.3/5 - (16 stemmen)
Nog geen reacties
Geef je mening Cancel
Comments to: Hoe Nederlands is onze Eredivisie nog?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.