Is de Europese topaanvaller uitgestorven?

Gepubliceerd op 15 juni 2014 | Door Paul Backus | Buitenlands voetbal

Zaterdag jongstleden viel de speciale eindronde-editie van VI op de deurmat. Eigenlijk vind ik dit de beste VI die iedere twee jaar uitkomt. Vanwege mijn voorliefde voor lijstjes en rijtjes kan ik de pagina´s waar de selecties worden weergegeven altijd erg waarderen. De stukken in deze uitgave zijn voor mij bijzaak. Maar zoals het cliché ons leert: een belangrijke bijzaak. Eén van de artikelen in het blad, geschreven door buitenlandredacteur Süleyman Öztürk, verhaalt over de Zuid-Amerikaanse spits/mentaliteit. De precieze bedoeling van het stuk is me na het drie keer gelezen te hebben nog steeds niet helemaal duidelijk. Het volgende is mijn interpretatie: Zuid- Amerika levert (recentelijk) meer topspitsen af dan Europa. Dit kan voor het overgrote deel verklaard worden door de zwakkere sociaal-economische positie die Zuid-Amerikaanse kinderen hebben, ten opzichte van hun Europese leeftijdsgenootjes. Hierdoor hebben zij zich een winnaarsmentaliteit aangeleerd die hun Europese equivalenten ontbreekt. In dit artikel zal het eerste deel van die interpretatie onderzocht worden, hieronder staat beschreven hoe.

Allereerst wil ik even kort stilstaan bij het tweede gedeelte van bovenstaande bewering, over de winnaarsmentaliteit. Het is een gangbare aanname; doordat er armoede heerst in bepaalde gebieden van de wereld is voetbal de enige ontsnappingsmogelijkheid voor jongens. Hierdoor hebben de Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse spelers een grotere winnaarsmentaliteit dan Europese spelers. Eigenlijk is het ongelooflijk dat een hedendaagse voetbaljournalist nog in deze mythe gelooft, laat staan hem nog propageert ook. Graag wil ik hierbij wijzen op het werk van econoom Stefan Szymanski. In zijn publicatie met Simon Kuper toont Szymanski duidelijk aan dat armoede juist een rem is op sportieve ontwikkeling/prestaties (“Dure spitsen scoren niet”, hoofdstuk 11). Onderstaande passages uit dit hoofdstuk vat de conclusies van hun onderzoek mooi samen:

”Er bestaat een mythe dat arme mensen om de een of andere reden een voorsprong hebben in de sport. Volgens het cliché is dit hun ontsnappingsroute uit het ghetto. Arme mensen hebben zogezegd meer figuurlijke honger dan rijken… Toch is het niet zo. De feiten tonen aan dat de arme mensen en landen van de wereld het slechter doen in de sport dan de rijken.”

In hun strijd om bepaalde clichés te ontkrachten kijken Kupen & Szymanski in dit voorbeeld naar de resultaten van grote teamsporten, de medaillespiegels van Olympische spelen, en andere populaire niet Olympische sporten. De resultaten zijn glashelder, het welvaartsniveau van een land staat veelal synchroon aan het sportniveau van een land en haar inwoners. Dit is een voorbeeld in de ‘strijd’ die de wetenschap vooralsnog niet heeft weten te winnen van het populisme.

Vooralsnog wint de onderbuik het in de voetbaljournalistiek vaak van uitspraken op basis van data en cijfers. Wat tot op heden nog niet benoemd is, maar wel degelijk relevant is: de schrijver van het VI-artikel zou natuurlijk gelijk kunnen hebben met zijn uitspraak over spitsen. Uit het desbetreffende VI-artikel kan hij het, mijns inziens, echter nooit concluderen.

Kader

Eén van mijn kritiekpunten op het artikel van Öztürk is dat ‘hij maar wat doet’. Er worden lukraak enige namen gedropt, zonder dat de lezer eigenlijk kan achterhalen hoe hij daar bij komt. Om niet in dezelfde valkuil te trappen, zal ik hierbij definiëren wat ik wil onderzoeken, hoe ik dat ga doen en wat daarbij de grenzen van mijn kader zijn. Ik wil de stelling die als kop boven dit artikel staat onderzoeken: Zijn er nog Europese topaanvallers? Hiervoor ga ik kijken naar de top-vijf van de topscorerslijsten van de vier sterkste competities in Europa (Engeland, Spanje, Duitsland en Italië), de top-drie van de topscorerslijsten van Frankrijk, Portugal en Rusland.

Vervolgens zal ik de top-tien topscorers van de Champions League analyseren. Tot slot kijk ik naar de genomineerden voor de afgelopen FIFA Ballon d’Or-verkiezing. Op die manier kom je tot circa 40 aanvallers die afgelopen seizoen op een hoog/het hoogste niveau acteerden. Uiteraard zullen er door deze afbakening wereldtoppers om uiteenlopende redenen ontbreken. Gezien de wijdte van de steekproef lijkt het mij dat dit geen grote invloed kan hebben op het totaalbeeld.

Het is natuurlijk zo dat middenvelders hoog kunnen eindigen op de topscorers-ranking, datzelfde geldt voor buitenspelers. Hierdoor heb ik het volgende besloten: 1) spelers die aantoonbaar als middenvelder aangemerkt kunnen worden heb ik niet meegenomen in de analyse. In dat geval zal de top 5 verder naar beneden opgeschoven worden. En 2) in het moderne voetbal is het erg lastig om de klassieke begripsdefiniëring van een spits, aanvaller of een buitenspeler te hanteren. Derhalve kies is ervoor om iedere voorhoedespeler in deze analyse mee te nemen. Allrounder, afmaker, komend van de vleugel, allemaal. Het is welhaast ondoenlijk om hier onderscheid in te maken, als gevolg van verschillende systemen die gespeeld worden en daaraan gekoppeld verschillende invullingen die aan posities gegeven worden.

Wat maakt iemand tot een goede aanvaller? Dat is lastig te omschrijven en zal ook in veel situaties kunnen verschillen. Voor deze analyse heb ik het simpel gehouden. Het aantal goals definieert hierin hoe goed iemand is. Doet dit volledig recht aan geleverde prestaties? Nee. Geeft het in grote lijnen een correct beeld weer? Ja.

Resultaten

tabel-1-europese-topaanvall
Bij sommige competities eindigden spelers met een gelijk aantal doelpunten, vandaar dat er soms meer staan vermeld dan in het kader is aangegeven. Daarnaast zijn er twee spelers die in de genoemde categorieën vielen qua aantal goals uitgesloten Yaya Touré en Arturo Vidal zijn in mijn optiek louter als middenvelder aan te duiden:
Bij deze resultaten moet en wil ik twee kanttekeningen plaatsen. Allereerst zegt deze huidige stand van zaken natuurlijk niks over een mogelijke verandering in deze verhoudingen. Daarvoor zou eenzelfde momentopname op andere tijdstippen in de voetbalgeschiedenis én –toekomst gedaan moeten worden. Ten tweede is het natuurlijk logisch dat er in Europa meer Europeanen spelen dan Zuid-Amerikanen.

Conclusie

Als we naar bovenstaande figuur kijken, kunnen we één ding duidelijk concluderen: Europa levert in absolute zin zonder twijfel de meeste topaanvallers in de wereld. Ruim 50 procent van de onderzochte spelers is Europeaan. Portugal is qua Zuid-Amerikanen oververtegenwoordigd (Portugese clubs scouten veel in dit continent), maar voor de rest worden eigenlijk alle Europese topscorerslijsten, dan wel de topscorerslijst van Champions League bijna volledig gedomineerd door Europeanen. Niet alleen in kwantitatief opzicht levert Europa de meeste toppers, ook in kwalitatief opzicht. Mijns inziens kunnen we dan ook concluderen dat Öztürks opmerkingen in de meest recente VI niet meer dan klinkklare onzin zijn, gebaseerd op onderbuikgevoelens.

Voor de gegevens in dit artikel heb ik gebruik gemaakt van soccerway.com/.

Over de auteur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *