Opbouwen met de doelman: de uitzakkende controleur
- Auteur
- Remon Hendriksen
- Datum
- Leestijd
- 5 min
- Linie
- Eredivisie
Een controleur die wegloopt van het middenveld en tussen de verdedigers gaat staan, lijkt zijn team een man te kosten. Het tegenovergestelde is waar. Zodra hij naast de twee centrale verdedigers schuift en de doelman als vierde optie meetelt, staan er drie of vier opbouwende spelers tegenover twee spitsen. Dat overtal is geen toeval, het is een vastomlijnd patroon met een naam, een regel die het mogelijk maakt, en een prijs die je betaalt zodra het misgaat.
Het overtal tegen twee spitsen
Twee spitsen kunnen maximaal twee opbouwende spelers onder druk zetten, ongeacht hoe hard ze lopen. Zodra de controleur tussen of naast de centrale verdedigers uitzakt, staat er een derde man bij: een rugdrie tegenover een voorhoede van twee. Een van de drie is per definitie vrij, en de doelman is daarbij geen noodoplossing maar een vierde aanspeelpunt dat de hoek dichthoudt zodra een van de drie wordt opgezocht. Zoekt de linksspits de linkse centrale verdediger op, dan ligt de bal naar de doelman of naar de controleur. Volgt de controleur geen vaste positie maar schuift hij mee met waar de druk komt, dan blijft het overtal overeind, hoe de twee spitsen ook schuiven.
De herkomst: salida lavolpiana
De Argentijns geboren trainer Ricardo La Volpe gaf dit patroon zijn naam. Hij bouwde het op bij het Mexicaanse Atlas en later bij de Mexicaanse nationale ploeg: de controleur zakt uit, de twee centrale verdedigers spreiden naar de zijkant van het strafschopgebied, en de twee spitsen van de tegenstander volgen hen naar buiten. Daardoor krijgt de uitzakkende controleur alle ruimte om vrij aangespeeld te worden en het spel te openen. In het Spaans heet dit patroon de salida lavolpiana, letterlijk de uitgang van La Volpe.
Pep Guardiola zag het patroon bij Mexico op het WK van 2006 en nam het mee naar Barcelona. Daar werd Sergio Busquets de vaste uitvoerder: zijn timing en lichaamshouding maakten van een incidentele truc een herhaalbaar systeem, waarbij een 4-3-3 tijdelijk kantelt naar een 3-2-5-vorm zodra hij uitzakt. Die vorm is precies de structuur die ontstaat wanneer een controleur de rugvier verlaat om een rugdrie te vormen.
De regel die dit mogelijk maakte
Een doelman die actief meedoet aan de opbouw, kan dat niet zomaar: een regelwijziging van de IFAB maakte het pas in 2019 praktisch haalbaar. Wet 16 van de Laws of the Game van de IFAB stelt dat de bal in het spel is zodra hij bij een doeltrap geschopt wordt en duidelijk beweegt, en dat tegenstanders buiten het strafschopgebied moeten blijven tot dat moment. Sinds het seizoen 2019/20 mogen eigen spelers, inclusief de doelman zelf en een uitzakkende controleur, de bal binnen het eigen strafschopgebied ontvangen bij een doeltrap. Daarvoor moest de bal eerst het gebied verlaten voordat iemand hem mocht aanraken, wat een doeltrap dwong tot een lange trap of een eerste pass buiten de zestien. Die regelwijziging creëerde letterlijk de ruimte waarin de salida-structuur ook vanaf een doeltrap kan beginnen, niet alleen tijdens lopend spel.
Wat het kost aan restverdediging
Hier wordt het interessant, want overtal in de opbouw is niet gratis. De Premier League analyseerde de impact van de nieuwe doeltrapregel in het eerste seizoen waarin hij gold en vond een scherp contrast. Korte doeltrappen, onder de 40 meter, leverden gemiddeld 49 meter balvooruitgang op tegenover 38 meter bij lange doeltrappen: de korte variant bracht de bal dus daadwerkelijk verder het veld in. Maar de kostenkant van die data is minstens zo belangrijk. Fases die begonnen met een korte doeltrap leverden dat seizoen 36 schoten en 5 doelpunten op voor het opbouwende team, tegenover 21 schoten en 0 doelpunten bij lange doeltrappen. Tegelijk leidden korte doeltrappen die werden onderschept tot 9 tegendoelpunten, tegenover 2 bij lange doeltrappen. Netto gaf de korte opbouw dat seizoen zes meer kansen weg dan hij opleverde.
Dat risico hangt direct samen met wie er wegloopt om het overtal te maken. Op Tussen de Linies is al beschreven dat Bundesliga-teams gemiddeld met 3,70 verdedigers tegenover 2,01 aanvallers staan zodra ze zelf aanvallen, een overtal van 1,69 man, en dat de duur van een tegenaanval een sterkere voorspeller van gevaar is dan het aantal extra verdedigers. Zodra de controleur wordt opgeofferd aan de opbouw met de doelman, daalt dat gemiddelde overtal effectief richting twee tegen twee of zelfs twee tegen drie op het middenveld. Precies dat verklaart waarom de Premier League-cijfers een netto verlies laten zien: het overtal vooraan komt rechtstreeks uit de buffer die normaal de tegenaanval opvangt.
De uitvoering maakt daarbij het verschil tussen een gecontroleerd overtal en een weggegeven bal. In het seizoen dat de Premier League onderzocht, haalde Manchester City de beste gemiddelde progressie uit korte doeltrappen (61,8 meter), Arsenal de minste (40,5 meter). Dezelfde regel en dezelfde structuur leverden dus een heel ander resultaat op, afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoerders.
Wanneer dit wel en niet werkt
De salida-structuur werkt het best tegen een tegenstander die met precies twee spitsen man-georiënteerd druk zet: dan is het overtal gegarandeerd zodra de controleur uitzakt, want twee kunnen nooit drie dekken. Zet de tegenstander een derde man in de eerste linie, dan verdwijnt dat automatische overtal en moet de controleur een andere oplossing zoeken, zoals wegdraaien in de halfruimte in plaats van tussen de centrale verdedigers. Wat dus bepaalt of het werkt, is niet de keuze om uit te zakken, maar het gedrag van de tegenstander. Mist een trainer dat verschil, dan loopt zijn team wedstrijd na wedstrijd structureel tekort in de eerste pressinglijn.
Veelgestelde vragen
Wat betekent opbouwen met de doelman precies? Opbouwen met de doelman betekent dat de keeper actief meedoet als vierde aanspeelpunt in de eerste fase van de aanval, naast de twee centrale verdedigers en een uitzakkende controleur. In plaats van alleen de laatste man te zijn, biedt de doelman een extra passing optie die de hoek dichthoudt zodra een van de andere drie onder druk komt, waardoor het team tegen twee spitsen structureel in overtal speelt.
Wat is de salida lavolpiana en waar komt de term vandaan? De salida lavolpiana is het patroon waarbij de controleur tussen of naast de centrale verdedigers uitzakt om een rugdrie te vormen tegen twee spitsen. De naam verwijst naar de Argentijns-Mexicaanse trainer Ricardo La Volpe, die het patroon ontwikkelde bij Atlas en de Mexicaanse nationale ploeg. Pep Guardiola nam het idee later mee naar Barcelona, waar Sergio Busquets de rol tot systeem maakte.
Waarom levert een uitzakkende controleur overtal op tegen twee spitsen? Een uitzakkende controleur levert overtal op omdat twee spitsen nooit meer dan twee opbouwende spelers gelijktijdig onder druk kunnen zetten. Zodra de controleur als derde man aansluit bij de centrale verdedigers, staat er een rugdrie tegenover een voorhoede van twee, waardoor er altijd minstens één speler vrij is om de bal te ontvangen, met de doelman als extra vierde optie.
Wat kost opbouwen met de doelman aan restverdediging als het misgaat? Opbouwen met de doelman kan restverdediging kosten omdat de controleur die normaal de ruimte achter het middenveld bewaakt, nu zelf in de opbouw staat. Premier League-data over het eerste seizoen van de nieuwe doeltrapregel laat zien dat korte doeltrappen weliswaar meer balvooruitgang opleverden, maar ook tot 9 tegendoelpunten na onderschepping leidden tegenover 2 bij lange doeltrappen, een netto verlies van zes kansen.