Waarom voetbalracisme anno 2016 nog altijd kan bestaan

Gepubliceerd op 7 april 2016 | Door Redactie | Overige

Eerder deze week diende de Belgische club White Star Brussel een klacht in wegens racisme. Maar hoe kan het dan dat zulke haat telkens weer het imago van de sport bekladt?

White Star Brussel diende een klacht in tegen Nils van Branteghem, licentiemanager van de Belgische voetbalbond. De man zou zich op racistische wijze uitgelaten hebben ten opzichte van John Bico, een sleutelfiguur in het management van de ploeg. Toegegeven, de club doet deze uitspraak nadat diezelfde licentiemanager hen de toegang tot de eerste klasse ontzegde. Dit omdat de ploeg diep in de schulden zit, slechts over een kleine fanbase beschikt en niet eens een eigen stadion heeft.

Over de kwestie of deze claim terecht is, ga ik me niet uitspreken. Wat ik wel weet, is dat voetbal mensen over de hele wereld met elkaar samenbrengt. Het is geen sport waar racisme een plek heeft. En toch is het een sluipend probleem waar nauwelijks wat aan gedaan wordt. Of zo lijkt het toch. Kijk maar naar wat eerder dit jaar gebeurde in de hoofdklasse C. Toen verlieten de spelers van VVOG Harderwijk van het veld toen enkele fans van de Harkemase Boys oerwoudgeluiden maakten aan het adres van aanvaller Pernelly Biya. Een echte interventie van de scheidsrechter was er niet. En toen de hulptrainer zijn beklag deed ontving hij een rode kaart.

Het aantal gevallen van racisme op en naast het veld is bijna eindeloos. Wellicht is de manier waarop Kevin-Prince Boateng in 2013 het veld verliet, het meest bekend. Telkens wanneer hij aan de bal kwam, werd hij door de supporters van Pro Patria. En wie herinnert zich de beledigingen die Mario Balotelli moest ondergaan in datzelfde jaar? Ik kan bijna een heel artikel vullen met zulke voorbeelden.

Voetbal brengt mensen samen, maar trekt ook blijkbaar heel wat gefrustreerde xenofoben aan. Bovendien durf ik te wedden dat heel wat medesupporters de oproeikraaiers gewoon laat begaan. Vaak hoor je dan dat de oerwoudgeluiden enkel afkomstig zijn van supporters die gefrustreerd zijn wanneer hun ploeg de wedstrijd verliest. Maar wie dat zegt, ontkent dat deze beledigingen een symptoom vormen van een veel bredere problematiek.

Omwille van de populariteit vormt voetbal een ideaal medium om een bepaalde visie of politiek te prediken. Kijk maar hoe fascistische regimes voetbal gebruikten om hun ideologie onder de bevolking te verspreiden. De sport heeft de kracht om de nationale identiteit bij toeschouwers te versterken. Mussolini maakte daar in het interbellum handig gebruik van. Buitenlanders werden door wetten uit de nationale competitie geweerd. Toen Duitsland Oostenrijk binnenviel werden zelfs joodse spelers uit het Italiaanse voetbal verbannen. De sport ontpopte zich tot een heus propagandamiddel voor de dictator.

Racisme is dus zeker geen nieuw fenomeen binnen het voetbal. Wel werd er vroeger minder aandacht aan besteed door de media. Oerwoudgeluiden waren gewoon een van de vele uitingen van hooliganisme. Vandaag ligt die kwestie anders, zeker wanneer we naar de discussie omtrent migratie kijken. De grote massa biedt herrieschoppers in de stadions anonimiteit. Bovendien kunnen we vaststellen dat, hoewel de ploegen bestaan uit spelers van verschillende nationaliteiten, de tribunes in Europa grotendeels gevuld worden door blanke mannen. Bovendien geldt hetzelfde voor de topfuncties binnen in de voetbalwereld.

Voetbalracisme is veel meer dan alleen gefrustreerde supporters. Wat zich afspeelt op de tribunes, op en naast het veld is een spiegel van wat zich in de maatschappij afspeelt. En dus zal het ook een factor blijven in onze voetbalstadions.

Over de auteur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *