Een statistische terugblik op het EK 2016

Gepubliceerd op 14 juli 2016 | Door Victor Vane | EK 2016

Portugal kroonde zich na zes gelijke spelen en één overwinning na 90 minuten voor de eerste keer tot Europees Kampioen. Als we terugkijken op het toernooi kunnen we wel stellen dat dit een EK was van uitersten. Van de defensieve organisatie bij Italie tot de wanorde bij België. Van de fantastische Ierse fans tot de vechtende Russische supporters. In dit artikel blikken we terug op het EK en analyseren we verschillende aspecten met opmerkelijke statistieken.

Voordat er überhaupt een wedstrijd gespeeld was, kende dit EK al een unicum. De UEFA besloot de opzet te veranderen en maar liefst 24 landen te laten deelnemen aan het EK in plaats van zestien. Daar waar veel voetballiefhebbers en analytici niet blij waren met landen als Albanië op het EK was de UEFA zelf uiterst tevreden over de uitbreiding. ‘Alle groepen liggen nog open, we zijn zeer verrast’, aldus hoofd competitiezaken Giorgi Marchetti nadat elk land twee groepswedstrijden had gespeeld . ‘Alle teams hebben nu tot de laatste speelronde kans om de volgende ronde te halen. Dat was eerder niet zo’. De UEFA zal de opzet dus niet snel gaan terugdraaien en daar moeten wij Nederlanderse voetbalfans misschien alleen maar blij mee zijn. Hopelijk is Oranje er dan over vier jaar wel weer gewoon bij.

Dit was een EK van uitersten. Van de defensieve organisatie bij Italië tot de wanorde bij België en van de fantastische Ierse fans tot de vechtende Russische supporters.

Doelpunten

Veel voetballiefhebbers klaagden over de onaantrekkelijke wedstrijden, de verdedigende instelling van veel landen met het het lage aantal doelpunten tot gevolg. In de groepsfase scoorden de landen in totaal slechts 69 keer in 36 wedstrijden wat neer komt op een schamel aantal van 1.9 doelpunten per wedstrijd. Gelukkig was dit ook wat betreft doelpunten een EK van uitersten. In de knock-out fase scoorden de landen aanzienlijk meer met als hoogtepunt de wedstrijd Frankrijk-IJsland waarin zeven doelpunten vielen. Gemiddeld vielen er tijdens de KO-fase 2.6 doelpunten per wedstrijd.

De veranderde opzet van dit EK, waardoor er 20 wedstrijden meer zijn gespeeld dan op de vorige 5 Europees Kampioenschappen, geeft ook direct de mogelijkheid om records te verpulveren. Zo werden er voor het eerst meer dan 100 doelpunten gescoord op een EK. De winnende treffer van Éder was het 108e doelpunt op dit EK en zorgde voor een gemiddeld doelpuntenaantal van 2.12 goals per wedstrijd. De toenemende doelpuntenproductie tijdens de KO-fase was nodig om niet de boeken in te gaan als het minst doelpuntrijke EK sinds een EK ten minste acht landen telt. In de afgelopen tien EK’s vielen alleen op de toernooien in 1980 en 1996 gemiddeld minder doelpunten.

Tabel 1:  Gemiddeld aantal goals per wedstrijd op de afgelopen 10 EK's

Tabel 1: Gemiddeld aantal goals per wedstrijd op de afgelopen 10 EK’s

Expected goal difference

Ondanks dat veel voetbalfans Portugal niet de verdiende winnaar vinden van dit EK is hun overwinning absoluut niet onverdiend te noemen. Het groot aantal gelijke spelen op dit EK na 90 minuten was eerder ‘pech’ te noemen dan een gebrek aan kwaliteit. Op basis van het expected goal model van Paul Riley blijkt dat Portugal na Duitsland het hoogst aantal xG voor en het laagst aantal xG tegen heeft per 90 minuten. Deze twee landen springen wat betreft het verschil tussen xG voor en xG tegen boven de andere landen uit.

Dat het niet het toernooi was van Zlatan blijkt ook wel uit deze statistieken. Zweden heeft met een xG per 90 minuten van 0.29 de laagste xG van alle landen op dit EK.
Ondanks dat de Turken zich nog bijna plaatsten voor de knock-out fase leggen zij met een expected goal difference per 90 minuten van -1.16 de slechtste cijfers voor van alle EK landen.

Passing

Spanje en Duitsland zijn al jaren de beste landen op het gebied van passing. Ook dit EK komen hun passes het vaakst van alle landen aan bij een medespeler. Als we dieper de statistieken induiken, valt op dat Spanje met 60% het laagste percentage passes vooruit heeft. Duitsland staat met een percentage van 62% op een vierde plaats. Het hoge percentage aangekomen passes van beide landen komt vooral omdat zij ook regelmatig de bal achterin rond spelen en de bal achteruit spelen. Beide landen gaan erg zorgvuldig om met hun balbezit blijven lang zoeken naar de juiste oplossing vooruit.

Een opvallende derde in deze statistiek is Zwitserland. Johan Djourou, Valon Bahrami en Granit Xhaka spelen hierbij een grote rol. De verdediger en de middenvelders completeerde respectievelijk 90.2, 90.9 en 88.7% van hun passes. Daar waar Xhaka nog regelmatig kiest voor een pass achteruit, is de prestatie van Djourou en met name van middenvelder Behrami sterk te noemen. Djourou (83%) en Behrami (74%) kiezen voornamelijk voor een pass vooruit.

Tabel 2: De landen met het hoogste en de landen met het laagste percentage aangekomen passes

Tabel 2: De landen met het hoogste en de landen met het laagste percentage aangekomen passes

De drie landen met het laagste percentage aangekomen passes zijn enigszins opvallend te noemen. Ierland, IJsland en Noord-Ierland overleefden ondanks hun lage percentage aangekomen passes alle drie de groepsfase. De tacktiek ‘lange bal naar voren’ is in ieder geval voor de kleine voetballanden dus zo gek nog niet.

Gele en rode kaarten

Daar waar de Braziliaanse scheidsrechter Heber Lopes in de finale van de Copa America acht gele en twee rode kaarten uitdeelde zijn de Europese scheidsrechters behoudender. Zij gaven dit EK in totaal 205 gele kaarten en slechts drie rode kaarten, een gemiddelde van 4.02 gele en 0.06 rode kaarten per wedstrijd. Wanneer een speler twee gele kaarten in één wedstrijd pakt en dus rood krijgt, dit telt als 3 kaarten.

Leuk en aardig dat totaal aantal gele en rode kaarten, maar welk team pakte de meeste kaarten? En welk team was juist het lieverdje van de klas? Albanië had het meeste moeite met de tegenstanders. De Albaniërs pakte gemiddeld de meeste kaarten van alle landen dit EK. Ondanks de gestructureerde verdediging van Italië pakten zij na Albanië de meeste kaarten per 90 minuten. Dit komt mede door de zware tegenstanders waar de Italianen tegen speelde dit EK, waardoor er soms een harde ingreep nodig was. Tegen de toplanden België, Spanje en Duitsland pakten zij respectievelijk vier, drie en vijf kaarten.

Tabel 3: De landen die gemiddeld de meeste en de minste aantal kaarten pakten per 90 minuten.

Tabel 3: De landen die gemiddeld de meeste en de minste aantal kaarten pakten per 90 minuten

Spanje lag op koers voor de fair play prijs. Na de drie groepswedstrijden pakte alleen Sergio Ramos een gele kaart. In de 8ste finale tegen de Italianen hadden de Spanjaarden het echter een stuk lastiger. Ondanks dat zij in deze wedstrijd maar liefst vier kaarten pakten, zijn zij alsnog terug te vinden in de top drie van landen met het minst aantal kaarten per 90 minuten. Rusland pakte dit toernooi de minste kaarten, slechts twee. Zij krijgen hiermee de discutabele eer van ‘lieverdje van het EK’.

Statistieken in dit artikel zijn mogelijk gemaakt door Opta en geraadpleegd via WhoScored.com, Squawka.com en uefa.com.

Een statistische terugblik op het EK 2016
5 Stemmen: 3

Over de auteur

Victor Vane
Victor is vaste redacteur bij Tussen de linies. Hij is afgestudeerd bewegingswetenschapper. Voor Tussen de linies schrijft hij analyses door gebruik te maken van data en zijn analytisch vermogen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.