Onderzoek: kiezen de topclubs voor oud-profs of self-made trainers in hun opleiding?

Gepubliceerd op 29 januari 2018 | Door Frans Pasmans | Eredivisie

Meer en meer benadrukken Nederlandse topclubs dat de focus van de club ligt bij de jeugdopleiding. Hoe is het beleid hierin van deze clubs: kiezen ze meer voor oud-profvoetballers, of geven ze de voorkeur aan ´self-made-trainers´? En wat zijn de voor- en nadelen hiervan?

Oud-profs of Self-made trainers

In de jeugdopleidingen kunnen we in grote lijnen 2 type trainers onderscheiden: de oud-profs die na hun actieve carrière het trainingsvak in willen en trainers die nooit profvoetbal speelden. Deze twee types hebben over het algemeen ieder hun eigen specifieke kwaliteiten:

Oud-profs:

  • Hoog niveau gespeeld
  • Bekend met de profvoetbalwereld
  • Netwerk opgebouwd tijdens actieve carrière
  • Aanzien en respect op basis van actieve carrière

Self-made trainers:

  • Op jonge leeftijd gespecialiseerd in het trainersvak
  • Opgeleid om met jeugd te werken
  • Trainerservaring op een lager niveau
  • Vaak geen ambitie om door te stromen naar hoofdtrainer en daardoor minder gefocust op winnen maar op ontwikkeling van spelers

Aan beide types kleven daarnaast een aantal nadelen:

Oud-profs:

  • Minder didactische basiskennis dan self-made trainers
  • Intrinsieke motivatie om jeugdtrainer te zijn kan ontbreken
  • Vaak ambitie om door te stromen naar hoofdtrainer, jeugdtrainer zijn is tijdelijk
  • Meer gefocust op winnen en minder op ontwikkeling

Self-made trainers:

  • Geen achtergrond als speler op hoog niveau
  • Niet het charisma van de oud-speler opgebouwd door actieve carrière

Welke van deze type trainers hebben de overhand per club?

Jeugdtrainers bij Ajax

Trainers bovenbouw Ajax

Trainers bovenbouw Ajax


Trainers onderbouw Ajax

Trainers onderbouw Ajax


Bij Ajax is er geen groot verschil in leeftijd tussen Boven- en onderbouw. Wel lijkt de gemiddelde leeftijd bij allebei vrij laag te zijn, met de oudste trainer die 42 jaar oud is. Opvallend is dat in de bovenbouw een hoog percentage oud-profs voorkomen, terwijl in de onderbouw vooral self-made trainers actief zijn.

Dit geeft het risico dat in de bovenbouw de nadruk teveel op presteren op korte termijn ligt, wat ten koste kan gaan van de ontwikkeling van spelers. Zo heeft John Heitinga in dit interview aangegeven graag prijzen te willen pakken met Ajax O19 en heeft hij, getuige zijn aanmelding voor de Cursus Betaald Voetbal, de ambitie om hoofdtrainer te worden.

Vraag is dan of het verstandig is om de ontwikkeling van je toptalenten die moeten gaan doorstromen naar de beloften of 1e elftal, in zijn handen te leggen.

Veel self-made trainers volgden de studie ´Master in coaching´ op de Cruijff-acedemy, een studie die gestimuleerd wordt door de club. Je zou zeggen zijn dat oud-profs die vaak de didactische achtergrond missen, hier nog meer aan zouden hebben.

Een mooi voorbeeld van een self-made trainer is Dennis de Haan: Hij voetbalde vervolgens voor de zaterdagamateurs, maar besloot zich vooral te focussen op zijn trainersloopbaan. En met succes.
De Haan is opgegaan voor zijn achttiende seizoen bij Ajax. Hoewel hij in zijn begintijd ook nog even de C-tjes trainde, is De Haan vrijwel altijd de jongste leeftijdscategorieën van de jeugdopleiding trouw gebleven.

“Mijn hart ligt bij de onderbouw”, vertelt hij. “Ik ben 38 jaar en heb natuurlijk ambities. Maar dat betekent niet dat ik perse hogerop wil. Ik kijk vooral goed in de spiegel. Ik ben een kindervriend en haal veel voldoening uit dit werk. Bij die jonkies zit heel erg veel liefde en passie. Ze zijn heel leergierig en je moet ze eerder afremmen dan stimuleren. Je moet wel geduldig zijn, maar dat ben ik wel. Daarnaast denk ik dat ik een goed voorbeeld voor de jongens ben, omdat ik weet van de hoed en de rand.”

Jeugdtrainers bij PSV

Trainers bovenbouw PSV

Trainers bovenbouw PSV


Trainers onderbouw PSV

Trainers onderbouw PSV

Bij PSV zien we een rigoureuze 2-deling tussen onder- en bovenbouw: louter oud-profs in de bovenbouw, voornamelijk jonge self-made trainers met vaak een sport- of docentenopleiding en een aantal jaar trainerservaring.

Vraag is of de oud-profs in de bovenbouw verstandig is: we zien bij de oud-profs nagenoeg geen opleidingen die het didactische deel kunnen vergroten, wat wel fundamenteel is bij het overbrengen van oefenstof.

Mark van Bommel lijkt een erg gedreven trainer te zijn, maar zal zijn job bij PSV O19 vooral zien als een opstap naar het hoofdtrainerschap. Vraag is dus of hij bezig is met het ontwikkelen van spelers, of op korte termijn presteren om in positieve zin op te vallen bij profclubs. Dat hij schoonvader Bert van Marwijk als bondscoach van Australië gaat assisteren op het WK, zegt wel genoeg over zijn ambities.

Aan de andere kant kan Van Bommel als geen ander de wetten van het topvoetbal en de levensstijl die daarvoor nodig is aankaarten, een groot voordeel voor jeugdspelers die op de drempel staan van het profvoetbal.

Er zijn daarnaast bij PSV ook oud-profs (Aelbrecht, De Wijs, van Duren) die zich hebben toegelegd op het trainen van de jeugd en hier veel ervaring in hebben, een goede zaak.

Jeugdtrainers bij Feyenoord

Trainers bovenbouw Feyenoord

Trainers bovenbouw Feyenoord


Trainers onderbouw Feyenoord

Trainers onderbouw Feyenoord


Waar bij Ajax en PSV in de onderbouw weinig oud-profs zitten, is dit bij Feyenoord een stuk groter. Wat daarnaast opvalt is het aantal jeugdtrainers met 10 jaar of meer ervaring, verdeeld over de hele opleiding. Er is wel ruimte voor jonge talenten, maar vooral voor ervaring met het ontwikkelen van jeugdspelers. Vooral met Cor Adriaanse (foto) en Jan Gösgens zijn 2 oud-profs in de opleiding werkzaam met een schat aan ervaring en zonder ambitie als hoofdtrainer.

Gezien het succes van de opleiding, is dit een goede eigenschap en iets wat zeker van belang is om talenten af te leveren bij het 1e elftal. Dit wordt beaamd door Adriaanse: “De mensen die deze talentjes al zo vroeg ontdekken en die daar in de onderbouw mee aan de slag gaan, zijn ook specialisten. Daar moet je mij niet bijzetten. Maar zo vullen we elkaar aan binnen Feyenoord. Didactische trainers met ex-profs. Het beste van onze opleiding is de samenwerking en de liefde voor het vak van opleiden die een grote, vaste kern al heel lang heeft.”

“Je hebt in topvoetbal verschillende type trainers. Ze krijgen een diploma in Zeist, maar daarna moeten ze vlieguren maken. Ze moeten hun weg vinden en het vak leren. Daarbij moeten ze worden geholpen.” Hij houdt van oud-voetballers in de top, maar vindt wel dat die dingen moeten kunnen overbrengen.

“Goede trainers kunnen spelers beter maken. Goede trainers kunnen ook jonge trainers beter maken. Als ik bij Feyenoord ergens tegen aanliep, ging ik naar Wim Jansen. Hij heeft een oplossing voor elk voetbalprobleem en hij laat je nadenken.”

Wat dus in de ogen van Adriaanse belangrijk is, is een combinatie van didactische trainers en oud-profs die elkaar versterken, en specialisten voor de onder- en bovenbouw.

Jeugdtrainers bij AZ

Trainers bovenbouw AZ

Trainers bovenbouw AZ


Trainers onderbouw AZ

Trainers onderbouw AZ


Het beeld dat we bij PSV en Ajax zagen, zien we ook terug bij AZ: Oud-profs in de bovenbouw, self-made trainers in de onderbouw. Opvallend bij AZ is dat er relatief veel trainers een specialistische opleiding of een eigen onderneming heeft. Het lijkt erop dat AZ deze mensen specifiek aantrekt. Daarnaast is in beide geledingen de gemiddelde leeftijd relatief erg laag.

Kenneth Goudmijn trek de gemiddelde leeftijd een stuk omhoog. Omdat zijn zoon Kenzo in de JO17 speelt, is hij betrokken geraakt bij AZ en uiteindelijk aangesteld als trainer.

Conclusies en aanbevelingen

Oud-profs en self-made trainers, beide types zijn belangrijk in een jeugdopleiding. Oud-profs voor hun aanzien en voor het behoud van de clubidentiteit en-cultuur. Belangrijk is wel dat deze trainers de nadruk leggen op de ontwikkeling van spelers. Scholing voor het didactische deel is hierbij belangrijk.

Self-made trainers zijn belangrijk door hun didactische eigenschappen en voorliefde voor het trainen van de jeugd, zoals het voorbeeld van Dennis de Haan.

Het meest belangrijk is om een goede combinatie van beide te vinden, verdeeld over beide geledingen, zoals vooral Feyenoord het momenteel heeft en wat Cor Adriaanse omschreef. Zo kan men elkaar beter maken en versterken en dit geeft het optimale eindresultaat.

Onderzoek: kiezen de topclubs voor oud-profs of self-made trainers in hun opleiding?
5 Stemmen: 2

Over de auteur

Frans Pasmans
Frans is voetbaltrainer, voetbalscout en schrijft graag over voetbal. Dit alles met een focus op het Nederlandse voetbal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *