Onderzoek nacompetitie: sprake van nivellering tussen de Eredivisie en Eerste divisie?

Gepubliceerd op 6 juni 2018 | Door Maurice Dister | Eredivisie

Sparta Rotterdam en Roda JC degradeerden onlangs via de nacompetitie uit de Eredivisie. Deze traditieclubs werden uitgeschakeld door de stuntploegen FC Emmen en Almere City, twee voetbalclubs uit de Eerste divisie die nog nooit op het hoogste niveau hebben geacteerd. Was de winst van deze twee Jupiler league ploegen in de nacompetitie een incident of is er sprake van een trend?

Tussen de Linies blikt terug op 25 edities van de nacompetitie (1994 – 2018). Welke Eredivisieclubs waren succesvol in de nacompetitie? Wat zijn de kenmerken van de winnende en de verliezende teams uit de Eredivisie? En was de uitschakeling van Sparta en Roda JC een incident of is er daadwerkelijk sprake van nivellering tussen de onderkant van de Eredivisie en de top van de Eerste divisie?

Nacompetitie: Promotie, lijfsbehoud of degradatie

In de nacompetitie wordt, na afloop van de reguliere voetbalcompetitie, beslist over de divisie waarin de top van de Eerste divisie en de nummers zestien en zeventien van de Eredivisie (de onderkant) het volgende seizoen spelen. De eerste nacompetitie werd gehouden na afloop van het seizoen 1972/1973. Sindsdien is de opzet van de nacompetitie nog vaak gewijzigd.

Wat is de kans om als Eredivisieclub de nacompetitie te winnen?

Voor dit onderzoek naar de nacompetitie blik ik terug op de nacompetities vanaf 1994, het moment dat men de deelnemende ploegen verdeelde over twee poules tot aan de nacompetitie van 2018. De data komt van Wikipedia en van Flashscore.nl.

In de jaren 1994-2005 werd de nacompetitie gespeeld volgens de poule-opzet. In twee groepen van vier clubs: elk één Eredivisieclub en drie Eerste divisieclubs speelde elke club drie wedstrijden thuis en drie uit tegen de andere clubs in de groep. De twee groepswinnaars plaatsten zich voor de Eredivisie.

Een ingrijpende wijziging vond plaats vanaf het seizoen 2005/2006. De poule-opzet werd ingeruild voor play-off wedstrijden. De winnaar van een play-off wordt bepaald over twee wedstrijden (uit en thuis) waarbij de zogenaamde uitdoelpuntenregel geldt.

Sindsdien doen er tien clubs mee aan de nacompetitie voor promotie naar of degradatie uit de Eredivisie: de nummers zestien en zeventien uit de Eredivisie, de vier periodekampioenen en de vier hoogst geklasseerde clubs zonder periodetitel uit de Eerste divisie. De Eredivisieploegen stromen in bij de halve finales van de play-offs.

Bij een gelijkmatige verdeling van de kansen – heeft een Eredivisieclub 25% kans om de nacompetitie te winnen (zowel bij de play-offs als bij de poule-opzet), net zoveel kans als de andere drie deelnemende ploegen.

Winstscore Eredivisieclubs

In de periode van 25 jaar was er vijftig keer een plek voor de nummers zestien en zeventien van de Eredivisie ingeruimd in de nacompetitie. Deze vijftig plekken zijn door negentien verschillende Eredivisieploegen opgevuld.

RKC Waalwijk deed maar liefst zes keer mee aan de nacompetitie. Sparta Rotterdam, VVV-Venlo en De Graafschap deden de afgelopen 25 jaar elk vijf keer mee als Eredivisieclub.

Van deze vijftig keer trok de Eredivisieclub 26 keer aan het langste eind, door de nacompetitie te winnen en zo lijfsbehoud af te dwingen. Een winstscore van 52%, beduidend beter dan de 25% kans bij een gelijke winstkansverdeling. Onderstaande ranglijst toont welke van de negentien Eredivisieclubs het meest succesvol waren in de strijd om lijfsbehoud en welke niet.

Figuur 1: Ranglijst en winstscore Eredivisieclubs in de nacompetitie 1994-2018

Vier Eredivisieploegen hebben een successcore van 100%: Fortuna Sittard, Zwolle, RBC Roosendaal en Vitesse deden als Eredivisionist allemaal één keer mee aan de nacompetitie en wonnen toen. Onderaan staat MVV met twee deelnames en geen enkele keer lijfsbehoud. Roda JC wist het meest, drie keer, de nacompetitie te winnen (op vier deelnames dus een winstscore van 75%).

Vermijd plek 17! Grote kans op degradatie

Toen ik de winnaars en de verliezers een slag dieper analyseerde kwam ik tot een aantal opmerkelijke zaken. Nummers 16 van de Eredivisie zijn significant succesvoller dan de nummers zeventien.

Figuur 2: Winstscore nacompetitie nummers 16 en 17 Eredivisie.

68% van de deelnemende nummers zestien wisten de afgelopen 25 jaar de nacompetitie te winnen tegen slechts 36% van de deelnemende nummers zeventien. Een opmerkelijk groot verschil qua succes.

Een verklaring kan zijn dat de nummer zestien van de Eredivisie (op papier) makkelijkere tegenstanders treft dan de nummer zeventien. De nummer zestien ontloopt namelijk de als eerste geplaatste club uit de Eerste divisie.

Een andere verklaring kan zijn dat de nummer zestien meer kwaliteit heeft en/of in een betere vorm verkeert dan de nummer zeventien van de Eredivisie waardoor de nummer zestien beduidend succesvoller is.

Wat kenmerkt de winnende teams?

Om een verklaring te vinden voor het grote verschil in succes tussen de nummers zestien en zeventien heb ik de winnende teams en de verliezende Eredivisieteams vergeleken op een aantal indicatoren zoals ervaring van de club, kwaliteit van de ploeg, de steun van de supporters en de vorm.

Figuur 3: Indicatoren Eredivisieclubs in de nacompetitie 1994-2018. * Voor de Eredivisie seizoenen waar nog twee punten voor een overwinning werd toegekend, is dit omgerekend naar de drie punten regel.

Er zijn duidelijke verschillen aan te wijzen tussen de winnende en de verliezende Eredivisieploegen. Hoe meer jaren ervaring Eredivisie, hoe meer kans om de nacompetitie te winnen. Kwaliteit is erg belangrijk. Zoals figuur 2 al toonde heeft 68% van de nummers zestien de nacompetitie gewonnen tegen 36% van de nummers zeventien.

Het gemiddelde aantal toeschouwers in de reguliere competitie laat zien dat de verliezende clubs gemiddeld genomen iets meer toeschouwers hebben dan de winnende clubs. Mijn hypothese ‘hoe meer support, hoe beter’ gaat niet op.

De vorm in de laatste competitiewedstrijden is de belangrijkste indicator. De winnaars behaalden gemiddeld 6,3 punt uit de laatste vijf competitiewedstrijden, de verliezers maar 4,4 punt, een verschil van 30%.

Ook bij het gemiddelde aantal behaalde punten in de laatste twee wedstrijden is er eveneens een groot relatief verschil van 33%. Ervaring, de kwaliteit en de “vorm” zijn dus doorslaggevend voor het succes van Eredivisieclubs in de nacompetitie.

Nivellering

Was de uitschakeling van Sparta en Roda JC door FC Emmen en Almere City onlangs een incident of is er echt sprake van nivellering tussen de onderkant van de Eredivisie en de top van de Eerste divisie?

Om deze vraag te beantwoorden heb ik als eerste de gemiddelde winstscore van de Eredivisieclubs gegroepeerd per vijf jaar nacompetitie. Als je die grafisch naast elkaar presenteert in de tijd ontstaat de volgende figuur.

Figuur 4: Ontwikkeling gemiddelde winstscore Eredivisieclubs in de nacompetitie 1994-2018

Duidelijk zichtbaar is in figuur 4 dat in de jaren 1994-2013, de gemiddelde winstscore voor de Eredivisieclubs zich bewoog rond de 60%. Dit is aanmerkelijk hoger dan in de laatste periode (2014-2018).

In de laatste vijf edities van de nacompetities waren alleen Willem II (2016) en Roda JC (2017) succesvol. Acht keer verloren de Eredivisieclubs. Daarmee komt de winstscore in de periode 2014-2018 uit op een magere 20%. Deze score ligt zelfs onder de 25% winstkans bij een gelijke kansverdeling onder de vier deelnemende halve finalisten van de nacompetities.

Aanvullend inzicht volgt uit figuur 5 die de gemiddelde winstscore toont van de twee deelnemende Eredivisieploegen in de nacompetitie per jaar. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de periode 1994-2005 toen de nacompetitie nog werd gespeeld volgens de poule-opzet (blauw) en de periode 2006-2018 van de play-off wedstrijden (rood).

Figuur 5: Ontwikkeling winstscore Eredivisieclubs in de nacompetitie

Ten tijde van de poule-wedstrijden waren de Eredivisieclubs succesvoller in de nacompetitie dan in de periode van de play-offs.

Daarnaast tonen de twee trendlijnen aan dat Eredivisieclubs gedurende 25 jaar nacompetitie steeds minder succesvol zijn geworden en steeds vaker worden uitgeschakeld door de topploegen uit de Eerste divisie.

Dit staaft de bewering dat er daadwerkelijk sprake is van een nivellering tussen de onderkant van de Eredivisie en de top van de Eerste divisie.

Veel vragen, geen verklaring

Maar wat is de verklaring van de nivellering tussen de top van de Jupiler League en de onderkant van de Eredivisie in pakweg de laatste vijf jaar?

Is het algehele niveau van de Eerste divisie door de komst van de Jong elftallen van Ajax en PSV hoger geworden?

Zorgen deze Jong elftallen er juist voor dat Ajax en PSV hun aanstormende talenten niet meer verhuren aan de “mindere” ploegen in het rechterrijtje van de Eredivisie zodat de laatste clubs aan kwaliteit hebben ingeboet?

Is het in vergelijking met de Premier league de oneerlijke verdeling van de TV-gelden in de Eredivisie tussen de top vijf en de clubs onderaan? (Ajax krijgt namelijk ruim €9 miljoen TV-geld per jaar; dat is meer dan de nummers 14, 15, 16, 17 en 18 uit de Eredivisie aan TV-gelden bij elkaar ontvangen).

Of is de oorzaak heel basaal: de kwaliteit van het Nederlands (club)voetbal is over de gehele linie in de Eredivisie hard achteruit gegaan waardoor het niveau van de Eredivisie steeds dichter op het niveau van de Jupiler League is komen te liggen.

Zijn de plannen om het aantal clubs in de Eredivisie in te krimpen van achttien naar zestien daarom een goed idee? Ik ben benieuwd wat de lezers voor verklaringen en ideeën hebben.

Onderzoek nacompetitie: sprake van nivellering tussen de Eredivisie en Eerste divisie?
5 Stemmen: 5

Over de auteur

Maurice Dister
Maurice is Sparta-fan in hart en nieren. Heeft verstand van cijfers en financiën en combineert dit graag met zijn liefde voor voetbal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.