Analyse: hoe Fred Rutten Feyenoord transformeerde

Gepubliceerd op 22 februari 2015 | Door Mats De Leeuw den Bouter | Eredivisie

Vorig jaar rond deze tijd deed Feyenoord nog volop mee om het kampioenschap. Weliswaar met vier punten achterstand op Ajax, maar dit seizoen is koploper PSV al ver uit zicht en moet Feyenoord vechten voor de huidige derde plek, met AZ en PEC Zwolle die op de loer liggen. ‘Scorebordjournalistiek’ doet ons echter vermoeden dat Feyenoord niet veel minder is gaan spelen vergeleken met vorig jaar.

De Rotterdammers hebben slechts twee punten minder dan in het laatste seizoen van Ronald Koeman. Nu is de achterstand op PSV ook niet alleen te wijten aan de prestaties van Feyenoord, aangezien de koploper dit jaar aanzienlijk beter presteert dan de nummer één van vorig seizoen (dertien punten meer na 23 speelrondes), maar er zijn wel enkele ingrijpende veranderingen in de speelwijze van Feyenoord sinds Fred Rutten de Kuip binnenliep. Of deze veranderingen het spel ten opzichte van vorig jaar statistisch gezien doen verbeteren valt nog te bezien.

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de meest gebruikte opstellingen van dit seizoen en van vorig seizoen. Deze waren als volgt:

Feyenoord-transformatie-Rutten-1

Positiespel en passing

Fred Rutten legt in zijn elftallen vaak de nadruk op het middenveld. De bal moet snel rondgaan met korte combinaties, om zo de tegenstander suf te spelen. Bij Feyenoord heeft hij om die reden Jens Toornstra als hangende rechtsbuiten geposteerd, die het middenveld in moet komen om het circulatievoetbal te kunnen realiseren. Bij Koeman lag de nadruk vooral op de aanval, en werd het middenveld vaker overgeslagen om sneller bij de goal van de tegenstander te komen.

Dat is goed te zien in de volgende grafiek waarin je de statistische verschillen ziet in het positiespel en de passing van Feyenoord ’13-’14 en Feyenoord ’14-’15. Indien dit seizoen in een bepaald opzicht beter gescoord wordt, is de waarde van het relatief verschil positief, indien Feyenoord onder Koeman beter scoorde, is de waarde negatief.

Feyenoord-transformatie-Rutten-2
Feyenoord is onder Rutten dominanter gaan spelen, met meer balbezit, meer passes, meer key passes. De passes waren over het algemeen iets zuiverder en er werden meer kansen gecreëerd. Onder Koeman speelde Feyenoord de bal procentueel vaker naar voren en werden er significant meer assists gegeven. Dat er dit seizoen meer kansen worden gecreëerd en dat er minder assists worden gegeven is opmerkelijk, dat doet vermoeden dat het probleem van Feyenoord in de afronding ligt.

Goals en doelpogingen

Zoals wij eerder al lieten zien, heeft Kazim moeite om de schoenen van Graziano Pellè te vullen. De spits is echter niet de enige die doelpunten moet maken, zoals Ajax de voorgaande jaren al liet zien. De rest van de Feyenoord-selectie lijkt echter ook last te hebben van de te grote schoenen van de voorgaande selectie wat betreft afronden.

Feyenoord-transformatie-Rutten-3
Er worden allereerst per wedstrijd een stuk minder goals gemaakt dan vorig jaar (1,65 tegenover 2,24). Daarnaast worden er meer kansen gecreëerd en wordt er vaker geschoten in seizoen ’14-15. De schoten zijn alleen minder zuiver en de conversiepercentages (vooral van buiten het zestienmetergebied) zijn dramatisch verslechterd. Waar onder Koeman 14% van alle schoten tot een goal werd gepromoveerd, is dat onder Rutten slechts 9%.

Een verklaring voor deze afname in effectiviteit kan gezocht worden bij het verschil tussen Kazim-Richards en Pellè, zoals veel mensen dat ook doen, maar het verschil in conversie tussen de twee spitsen is aanzienlijk kleiner dan het verschil in conversie tussen de vleugelspelers van beide seizoenen. Kazim blijkt zelfs beter in het afronden van grote afstand dan Pellè vorig seizoen was. De vleugelspelers zijn in alle conversie-opzichten slechter dan vorig seizoen. Het verschil in conversiepercentage van buiten de zestien is eigenlijk oneindig, aangezien er door Jens Toornstra en Jean-Paul Boëtius dit seizoen nog niet is gescoord van buiten het zestienmetergebied in de Eredivisie.

Feyenoord-transformatie-Rutten-4
Feyenoord-transformatie-Rutten-5
Toornstra komt nu weliswaar een stuk meer in het spel voor dan Schaken voor Feyenoord ooit heeft gedaan, maar het is de vraag of dat wenselijk is. Schaken was namelijk relatief gezien erg effectief met een conversiepercentage van 16% tegenover de 9% van Toornstra. Boëtius scoort ook een stuk minder makkelijk dan zijn één jaar jongere zelf; zijn conversiepercentage is gezakt van 16,7% naar 10,8%.

De rest van de statistieken van de huidige vleugelspelers geven ook duidelijk het verschil aan met hun voorgangers. Onder Rutten komen de vleugelspelers meer in het spel voor, maar dan vooral op het middenveld en minder op gevaarlijke plekken. Er worden dit seizoen een stuk minder succesvolle dribbels gemaakt langs de zijlijn (1,42 tegenover 2,44), waaruit vaak kansen ontstaan na een voorzet. Schaken maakte vorig seizoen in zijn ééntje evenveel succesvolle dribbels als het duo Toornstra-Boëtius dit seizoen heeft gedaan. Een logisch gevolg van deze verandering in speelwijze is een sterke daling in het aantal assists van de buitenspelers.

Feyenoord-transformatie-Rutten-6

Immers

Naast het aanvallende trio Toornstra-Kazim-Boëtius doet ook Lex Immers het dit seizoen als aanvallende middenvelder volgens de cijfers minder goed dan onder Koeman. Waar de tandem Pellè-Immers vorig jaar goed draaide, is de samenwerking met Kazim iets minder goed gestroomlijnd.

Feyenoord-transformatie-Rutten-7
Opmerkelijk genoeg geeft Immers dit seizoen gemiddeld meer assists dan vorig seizoen (0,2 tegen 0,16 per wedstrijd). Naast het toegenomen aantal assists en de verbeterde zuiverheid in de passing is de hoogblonde middenvelder vooral achteruit gegaan, zowel verdedigend (minder gewonnen tackles en onderscheppingen), als aanvallend. Immers komt onder Rutten minder vaak in scoringspositie en als hij dat wel komt, scoort hij ook minder makkelijk dan onder Koeman.

Verdedigende middenvelders

Achter Lex Immers staat het veelal geroemde duo Clasie-El Ahmadi, wat vorig jaar Clasie-Vilhena was. Ondanks alle complimenten die het duo krijgt, lijkt het alsof ze niet beter presteren dan het vorige duo. Ze geven een stuk meer passes, maar die passes zijn veelal naar elkaar en in ieder geval minder vaak naar voren. Ook creëren ze minder kansen dan de verdedigende middenvelders onder Koeman deden, geven ze minder assists, scoren ze minder en is hun conversiepercentage aanzienlijk lager dan vorig jaar.

Feyenoord-transformatie-Rutten-8
Controlerend zijn de complimenten terecht, aangezien ze meer passes versturen, deze passes over het algemeen zuiverder zijn, en ze meer ballen onderscheppen op het middenveld. De hand van Rutten is ook te zien in de gemiddelde passlengte, die kleiner is geworden (17,8 tegen 19,3 meter) als gevolg van het circulatievoetbal op het middenveld. Het duo Clasie-El Ahmadi lijdt wel vaker balverlies door een slechte aanname of doordat ze van de bal gezet worden, dan het duo Clasie-Vilhena.

Backs

Vooralsnog lijkt het alsof Fred Rutten Koeman in aanvallend opzicht niet kan doen vergeten. Alle aanvallers en middenvelders presteren op offensief gebied minder goed dan hun voorgangers. Daarentegen doen de huidige backs Wilkshire en Nelom het uitstekend vergeleken met hun voorgangers Daryl Janmaat en Bruno Martins Indi – in aanvallend opzicht wel te verstaan.

Feyenoord-transformatie-Rutten-9
Wilkshire en Nelom geven meer key passes, succesvolle voorzetten, assists en creëren meer kansen voor hun ploeggenoten dan Janmaat en Martins Indi deden, die daarentegen over het algemeen defensief beter presteerden. Met minder verloren tackles, overtredingen en defensieve fouten, en meer weggewerkte ballen waren de backs onder Koeman verdedigend iets sterker. Met name Wilkshire is dit seizoen erg waardevol voor de ploeg, met 1,7 gecreëerde kansen per wedstrijd.

Centrale verdedigers

Met de uittocht van Stefan de Vrij, Daryl Janmaat en Bruno Martins Indi werd gevreesd dat de defensie van Feyenoord dit seizoen een stuk minder waterdicht zou worden. Met minder goals tegen (1 tegen 1,18 per wedstrijd) valt dat alles mee. De jongelingen Sven van Beek en Terence Kongolo houden zich goed staande in het centrum van de verdediging.

Feyenoord-transformatie-Rutten-10
De statistieken spreken in het voordeel van het huidige hart van de defensie. Van Beek en Kongolo zijn meer aanwezig in de opbouw dan Stefan de Vrij en Joris Mathijsen waren, met meer passes (waarvan er weliswaar procentueel minder van vooruit gaan), meer key passes, meer gecreëerde kansen en zuiverdere passing. Ook verdedigend doen ze niet veel onder voor De Vrij en Mathijsen, met meer gewonnen tackles en minder verloren tackles, ze zijn sterker in de lucht, onderscheppen meer ballen en werken vaker de bal weg. Wel begaan ze meer defensieve fouten dan hun voorgangers en blokkeren ze minder schoten.

Keeper

Het werd de meest opvallende transfer van deze zomer genoemd: de overstap van Kenneth Vermeer van Ajax naar aartsrivaal Feyenoord. De keeper moest de weinig overtuigende Erwin Mulder doen vergeten in de Kuip. Kijkend naar de statistieken lijkt dat gelukt, met meer clean sheets en minder goals tegen voor de nieuwkomer.

Feyenoord-transformatie-Rutten-11
Schijn bedriegt echter, want Vermeer kreeg in zijn wedstrijden ook minder schoten te verwerken dan zijn voorganger. Het reddingen per tegengoal-ratio spreekt ook in het voordeel van Mulder. Wat wel duidelijk te zien is, is dat Vermeer actief meehelpt in de opbouw. Waar Mulder met uittrappen vaak koos voor de lange bal en gemiddeld vijftig meter ver schoot, schiet Vermeer de uittrap gemiddeld over een afstand van 27 meter.

Conclusie

Rutten heeft zijn stempel op het elftal gedrukt maar weet statistisch gezien nog niet te overtuigen. Hoewel het positiespel verzorgder en zuiverder lijkt, resulterend in meer balbezit en meer gecreëerde kansen, wordt deze dominantie maar niet uitgedrukt in goals. De aanvallend ingestelde spelers halen het niveau qua doelgerichtheid en efficiëntie van vorig jaar bij lange na niet, terwijl het gebrek aan goals maar gedeeltelijk wordt opgevangen door een vermindering in het aantal tegengoals. Het grootste en eigenlijk het enige probleem van dit Feyenoord is kansen omzetten in goals, en dan vooral bij Boëtius, Toornstra en Immers. Als Feyenoord onder Rutten hetzelfde conversiepercentage zou halen als het onder Koeman deed, zouden er gemiddeld 2,43 goals per wedstrijd gemaakt worden, 0,19 goals meer dan vorig seizoen. Van die cijfers kan Rutten slechts dromen.

Data in dit artikel via Opta en verzameld via Whoscored.com en Squawka.com.

Over de auteur

Mats De Leeuw den Bouter
Mats is vaste redacteur bij Tussen de linies. Hij is actief in de bewegingswetenschappen. Voor Tussen de linies schrijft hij analyses door gebruik te maken van zijn achtergrond als bewegingswetenschapper en statistiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *