De weg naar de top loopt door de achtertuin

Gepubliceerd op 20 april 2017 | Door Mark Oost | Overige

In de afgelopen jaren is er een trend ontstaan dat talentvolle spelers steeds jonger instromen in de voetbalacademie van een professionele club. Naast dat je bij veel clubs al in de O10 (E’tjes) en O8 (F’jes) kan instromen, is het ook mogelijk om bij de zogeheten voetbalschool te spelen. Zo speelt de vierjarige Thiago Messi (zoon van) al bij de voetbalschool van FC Barcelona, heeft VVV Venlo het record voor jongste speler aller tijden en wilde Atlético Madrid zelfs de ongeboren zoon van Agüero vastleggen. Hoewel we dat laatste voorbeeld met een korreltje zout moeten nemen, voert jong, jonger, jongst de boventoon binnen de voetbalwereld. De vraag is echter of deze ontwikkeling ook echt tot betere voetballers gaat leiden.

Het lijkt erop alsof de voetbalwereld de ‘deliberate practice’ theorie, beter bekend als de 10.000 uren regel, van de Zweed Anders Ericsson hanteert. Deze theorie stelt dat je de top kunt bereiken door doelbewust te trainen en dat vooral de hoeveelheid trainingsuren belangrijk is. Om deze hoeveelheid uren te maken is het het best om op jonge leeftijd al te beginnen met specialiseren.

Afbeelding 1: De 10.000 uur regel in perspectief gesteld.

Afbeelding 1: De 10.000 uur regel in perspectief gesteld.

De universiteit van Liverpool heeft in 2009 bij 328 voetballers uit zeven verschillende landen onderzocht hoeveel tijd zij in hun jeugd hebben besteed aan doelbewust trainen en aan meer speelvolle activiteiten. Hieruit blijkt dat de spelers die de top bereiken overwegend speelvolle activiteiten uitvoeren in de jonge jaren en dat er vanaf de puberteit meer doelbewust getraind wordt.

Deze resultaten impliceren het belang van speelvolle activiteiten voor de jongste spelers. Hierbij kan gedacht worden aan latje schieten, tienen en vergelijkbare spelletjes, maar ook kleine partijtjes zonder regels.

Motivatie

Wanneer kinderen willen sporten en nieuwe dingen willen leren is het erg belangrijk dat ze intrinsiek gemotiveerd zijn en dat ze de activiteiten leuk vinden. Van jongs af aan doelbewust trainen, met puur de intentie om een oefening of een vaardigheid te verbeteren, is niet erg motiverend. Russell en Limle (2013) vinden zelfs een negatieve relatie tussen vroege specialisatie en de participatie in sport van jong volwassenen.

Ook het team van Joe Baker (York Universiteit) concludeert dat vroege specialisatie tot minder motivatie, een lager zelfvertrouwen en een lagere participatiegraad leidt op latere leeftijd. Wanneer een kind van zeven/acht jaar een opleiding binnenstapt, duurt het minimaal tien jaar voordat hij zijn debuut bij het eerste elftal maakt.

In de tussenliggende jaren wordt er veel gevraagd van het kind. Er moet gepresteerd worden bij allerlei belangrijke wedstrijden om de volgende selectieronde te halen. Hierdoor kan het kind het plezier in het voetballen kwijtraken en wanneer hij niet geselecteerd wordt zelfs besluiten om helemaal te stoppen met voetbal. Deze negatieve psychosociale gevolgen zijn minder wanneer er op jonge leeftijd meer diversiteit en speelvolle activiteiten plaatsvinden.

Motorische ontwikkeling

Het ontwikkelen van motorische vaardigheden heeft weinig te maken met het herhaaldelijk oefenen van de ‘perfecte’ beweging. Tijdens een voetbalwedstrijd zijn de omstandigheden immers nooit hetzelfde en is variatie juist essentieel. Het is dan ook veel belangrijker om gevarieerd te trainen dan telkens dezelfde oefening te herhalen. Deze variatie zal naast een sterke motorische basis ook voor meer motivatie zorgen.

Volgens Viru et al. (1999) is de belangrijkste periode om deze motorische basis te creëren tot 12-jarige leeftijd. Tussen 2006 en 2011 is het aantal kinderen in Nederland dat de norm voor een actieve leefstijl haalt gehalveerd, aldus een onderzoek van VeiligheidNL. Deze inactiviteit zorgt niet alleen voor een verminderde motorische ontwikkeling, maar zorgt ook voor meer blessures. Het is dus verstandig om tot die leeftijd veel te variëren met sport en beweging in plaats van je te specialiseren tot één sport. De Volkskrant schreef hier vorig jaar een interessant artikel over, waarin René Wormhoudt pleit dat alle topsporters baat hebben bij een tweede sport. Zlatan Ibrahimovic heeft bijvoorbeeld een zwarte band in Taekwondo.

Tactiek

De absolute topspelers lijken altijd erg creatief te zijn en weten precies de juiste beslissing te nemen op het juiste moment. De Duitse hoogleraar Daniel Memmert heeft hier veel onderzoek naar gedaan.

Door meer tijd aan andere sporten en speelse activiteiten te besteden worden spelers creatiever. Wanneer je bijvoorbeeld hockey speelt loop je tegen heel andere problemen op dan tijdens een voetbalwedstrijd en dit vraagt dus een andere manier om deze problemen op te lossen. Dit is ook het geval bij ongestructureerde spelletjes en dit oplossend vermogen zal je dan ook helpen om telkens nieuwe en creatieve manieren te vinden tijdens een voetbalwedstrijd. Een mooi voorbeeld hiervan is het creatief denken en handelen van Dennis Bergkamp.

In zijn autobiografie ‘Stilness and Speed: My Story’ vertelt Bergkamp over de rol die zijn buurt heeft gespeeld voor de ontwikkeling van hemzelf als speler. ‘Je kon een-tweetje spelen met de muur of met een auto. Je mocht dan alleen de deuren niet raken dus mikte je op de wielen. Precies zijn, nieuwe dingen ontdekken…. dat was het idee’ […] ‘In de avonden speelden we op het grasveldje achter de flats. Dit was erg interessant met alle appartementen om je heen en mensen die na het eten op het balkon zaten te kijken. Het voelde net alsof je in een stadion speelde’.

Met deze passages illustreert Bergkamp perfect hoe ongestructureerd spelen hem heeft gevormd tot het creatieve brein achter de weergaloze goal tegen Newcastle United.

Conclusie

Wanneer een directe concurrent de talentjes voor je neus weg grijpt zal een club zich genoodzaakt voelen om ook vroeger te scouten.

De trend dat voetbalspelers vanaf steeds jongere leeftijd al worden opgeleid in een professionele jeugdopleiding is waarschijnlijk dan ook niet te stoppen. Daarom is het belangrijk dat clubs de opleiding structureren voor een optimale ontwikkeling van zulke jonge spelers.

Kinderen tot twaalf jaar moet je dus vooral ongestructureerd laten spelen en niet te specifiek op het voetbal laten focussen. Dit leidt tot een hogere motivatie, maar ook ontwikkelt het kind betere motorische en tactische vaardigheden. Wanneer je op latere leeftijd steeds meer specialiseert zal dit uiteindelijk tot betere voetballers leiden. Ondanks dat elk kind een unieke weg naar de top heeft, lijken speelvolle activiteiten (zoals voetbal in de achtertuintjes) een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de ontwikkeling van de toekomstige topvoetballers.

De weg naar de top loopt door de achtertuin
5 Stemmen: 1

Over de auteur

Mark Oost
Mark is 23 jaar en is als bewegingswetenschapper onlangs afgestudeerd. En het is lang niet alleen voetbal voor deze FC Groningen-supporter, want hij schaatst en is fan van wielrennen, tennis, hockey en darts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *