Achtergrond: het succes van voetbalprovincie Overijssel

Gepubliceerd op 7 november 2014 | Door Redactie | Eredivisie

header
Overijssel is hot. Met PEC Zwolle, Heracles Almelo, FC Twente en Go Ahead Eagles spelen alle vier de profclubs uit de oostelijke provincie in de vaderlandse Eredivisie – samen met Zuid-Holland het hoogste aantal van Nederland. Daarnaast maken deze clubs ook een opmerkelijke groei door. Illustrerend daarvoor is het winnen van zowel de KNVB Beker als de Johan Cruijff Schaal door PEC Zwolle. Hoe is juist deze provincie zo succesvol geworden? En is dit wel op structurele basis vol te houden?

‘Degene die het verleden controleert, controleert de toekomst’, zo schreef de Engelse schrijver George Orwell ooit. Om het huidige succes te kunnen verklaren en de potentie te kunnen voorspellen, moeten we dus eerst een blik werpen op het roemruchte verleden van de clubs. Bestaat er een opvallende overeenkomst tussen de Overijsselse voetbalclubs?

Het aantal profclubs per provincie

Grafiek 1: het aantal profclubs per provincie in Nederland, verdeeld onder de Eredivisie en de Jupiler League. De beloftenelftallen die uitkomen in de Jupiler League zijn niet meegenomen.

Het sportieve en financiële verleden in Overijssel

Go Ahead Eagles
Door de promotie via de play-offs in het seizoen 2012/2013 speelt Kowet van alle Overijsselse eredivisionisten het kortst in de Eredivisie. Toch had het weinig gescheeld of Deventer had niet eens de beschikking meer over een profclub. In de periode 2001 tot 2003 dreigde een faillissement. Onder financieel directeur Martien Vreijsen (ex-NAC en ex-Feyenoord) gaf Go Ahead jarenlang meer geld uit dan dat er binnenkwam. Uiteindelijk wist de club aan de hand van de gemeente Deventer ternauwernood te overleven.

Niet alleen de gemeente Deventer was verantwoordelijk voor de wederopstanding van de Trots aan de IJssel. De club kwam in handen van meerdere aandeelhouders, waaronder Henk ten Cate, Marc Overmars en Hans de Vroome. Zeker deze laatste twee personen, die respectievelijk technisch als algemeen directeur bij de club werden, kunnen worden bestempeld als de architecten van het vooralsnog bescheiden Deventer bolwerk.

Er werd een nuchter en degelijk financieel beleid gevoerd bij Go Ahead Eagles. Exemplarisch hiervoor is de stabiele notering in het categorieënsysteem van de KNVB. Als enige (!) club in het Nederlandse betaald voetbal behaalden zij sinds de invoering van dit systeem elk jaar de hoogst haalbare categorie 3. Saillant detail is dat de huidige voorzitter Edwin Lugt één van de oprichters van het categorieënsysteem was, toentertijd als CEO van de Coöperatie Eerste Divisie (CED).

Als enige club in het Nederlandse betaald voetbal behaalde Go Ahead Eagles elk jaar de hoogst haalbare categorie 3 in het categorieënsysteem van de KNVB.

Bij de promotie anderhalf jaar geleden bleef het bestuur nuchter anticiperen op de snelle ontwikkelingen rond de club. Uit vrees voor een snelle degradatie – gezien de begroting een realistische voorspelling – werden nieuwe sponsoren enkel voor minimaal drie seizoenen vastgelegd. Zodoende zou de club bij de mogelijke degradatie haar hoofd boven het water kunnen houden. Ook worden er geen exorbitante salarissen betaald aan de contractspelers.

Ondanks het leren van de gemaakte fouten uit het verleden, staat datzelfde verleden Go Ahead vooralsnog wel in de weg. Het authentieke stadion De Adelaarshorst biedt zowel qua ligging als qua faciliteiten weinig potentie om de huidige begroting van zes miljoen euro (zie grafiek 2) uit te breiden. Kan Go Ahead Eagles dus wel overleven in de Eredivisie?

Heracles Almelo
Eredivisievoetbal in Almelo is nu vanzelfsprekend, maar dat was lang niet altijd zo. En eenmaal gepromoveerd – dat lukte medio 2005 onder coach Gertjan Verbeek – is op het hoogste niveau blijven een volgende (lastige) opgave. Voorzitter Jan Smit probeerde zijn club in de Eredivisie te houden door verstandig beleid te voeren. Daar slaagde hij met vlag en wimpel in: nieuwe sponsoren werden aangetrokken, het stadion werd (en wordt) uitgebreid en Heracles presteert normaliter uitstekend op de transfermarkt.

Maar hoe is deze positieve trend tot stand gekomen in Almelo? Daarvoor moeten we in eerste instantie terug naar het jaar 1999, toen Heracles het authentieke stadion aan de Bornestraat verruilde voor het huidige Polman Stadion. Door de plotselinge aanwezigheid van business-seats en skyboxen, kon Heracles de begroting structureel verhogen.

Daarvoor was er sprake van een zware tijd bij Heracles. De Almeloërs bungelden onderaan in de Eerste Divisie, financieel zaten ze in een dal en er was geen sprake van een structurele ambitie. Jan Smit kon het niet langer meer aanzien en greep in.

Onder zijn leiding werd de verhuizing naar het Polman Stadion gerealiseerd, maar ook wordt Heracles sinds de promotie gezien als een van de financieel gezondste clubs van Nederland. Zij werden afgelopen juli voor de derde termijn op rij ingedeeld in categorie 3 van het al eerder beschreven categorieënsysteem van de KNVB. De rol van Smit in deze ontwikkelingen is dus onmiskenbaar; de eigenaar van een groot deurwaarderskantoor weet dan ook als geen ander hoe op de centjes te letten, zo blijkt ook uit een quote van wijlen Frits Korbach: ‘Smit is zo extreem zuinig dat hij slechts met één oog huilt.’

Frits Korbach: ‘Jan Smit is zo extreem zuinig dat hij slechts met één oog huilt.’

Het motto van de club is wellicht alleszeggend: U, jij, en ik, wij zijn Heracles. Er worden enkel realistische beslissingen genomen. Tot het ontslag van trainer Jan de Jonge en het aanstellen van de onervaren John Stegeman weigerde voorzitter Smit ook maar één opportunistische handeling door te voeren in de beleid van de club. Dat maakt het ontslag van de Drentse coach alleen maar vreemder; het woord ‘paniekbeleid’ was voorheen immers in geen enkel Almeloos woordenboek te vinden.

Ondertussen staan de volgende verbouwplannen van het stadion alweer op het programma. De club wenst de capaciteit van het stadion naar 13.500 zitplaatsen te brengen, waarvan een aanzienlijk deel gereserveerd is voor de business-seats en de skyboxen, die vanzelfsprekend het meeste geld in het laatje brengen. Zal een verbouwd stadion Heracles Almelo richting het linkkerijtje kunnen brengen?

Grafiek 2: de ontwikkeling van de begrotingen van de vier Overijsselse clubs afgelopen zeven seizoenen.

Grafiek 2: de ontwikkeling van de begrotingen van de vier Overijsselse clubs afgelopen zeven seizoenen.

PEC Zwolle
Als supporter van een Overijsselse voetbalclub kon je de afgelopen jaren het beste voor PEC Zwolle zijn. In 2012 werd te ploeg kampioen van de Jupiler League, het jaar erop volgde een ongelooflijk knappe prestatie door als pas gepromoveerde Eredivisieclub de elfde plaats in de Eredivisie te veroveren. Last but not least wonnen de Zwollenaren zowel de KNVB Beker als de Johan Cruijff Schaal, was Sparta Praag ze uiteindelijk te sterk in de laatste voorronde van de Europa League en bivakkeren ze na vijf speelronden keurig op de zesde plaats.
Pakweg drie jaar geleden verloor Zwolle nog in het piepkleine stadion van Helmond Sport, tegenwoordig maakte PEC het Ajax al een paar keer op rij behoorlijk lastig. Het kan verkeren.

Wanneer je in het verleden van PEC Zwolle duikt, kom je gelijk een opmerkelijke overeenkomst tegen met de overige Overijsselse clubs: in 1990 stond de club aan de rand van de afgrond. PEC Zwolle kampte met hoge schulden doordat de club jarenlang teveel geld uitgaf aan te dure spelers om koste wat het kost in de Eredivisie te blijven. Omdat er weinig sponsors geïnteresseerd waren om ondersteuning te bieden, stevende de ploeg uit de Overijsselse hoofdstad uiteindelijk af op een definitief einde.

De nieuwe voorzitter werd Gaston Sporre, bij het publiek eveneens bekend als voormalig interim-directeur bij SC Heerenveen in 2013. Hij zorgde ervoor dat de belangrijkste schulden van PEC Zwolle werden weggewerkt. Toch kon hij een faillissement niet voorkomen. Een doorstart was mogelijk, en onder de naam FC Zwolle werd er een frisse start gemaakt in de Hanzestad. Desondanks kende FC Zwolle een moeizaam begin; de club eindigde in de eerste twee seizoenen onderin de eerste divisie. Pas sinds de nacompetitie van 1993 weten de Zwollenaren het tij te keren. Uiteindelijk promoveerde FC Zwolle driemaal naar de Eredivisie: in 2001/2002, in 2004/2005 en in het kampioensjaar 2011/2012.

Een belangrijke ontwikkeling in het laatste decennium is de overstap van het Oosterenk Stadion naar het nieuwe IJsseldelta Stadion. In het huidige stadion kunnen 12.500 toeschouwers de wedstrijden aanschouwen; circa 6.000 meer dan in het vorige onderkomen. Afgezien van de verhoogde capaciteit, heeft het stadion ook de beschikking over een hotel, een casino, horecagelegenheden en een grote sportwinkel. Genoeg commerciële faciliteiten, zo lijkt het.

Het scoutingsbeleid is echter het onderdeel wat PEC Zwolle typeert. Vele tot dan toe onbekende spelers bloeiden op in de provinciehoofdstad, waarna ze hogerop konden of geselecteerd werden voor vertegenwoordigende (jeugd)selecties. Voorbeelden zijn Mustafa Saymak, Mateusz Klich, Jesper Drost en natuurlijk de naar FC Twente vertrokken Kamohelo Mokotjo, Darryl Lachman en Youness Mokhtar. En ondanks dat vele spelers PEC de afgelopen transferperiodes hebben verlaten, wist Ron Jans toch een kwalitatief ijzersterk team neer te zetten. Maar is dit succes op structurele basis of is PEC een eendagsvlieg?

FC Twente
Van de vier Overijsselse clubs is FC Twente tot nu toe verreweg de grootste club. De hoogste begroting, het grootste stadion, de meeste recente successen en – zeker op papier – het beste spelersmateriaal. Maar, je raadt het al bijna, ook FC Twente heeft zware financiële tijden gekend. Net als voor Go Ahead Eagles was het begin van de 21e eeuw het moeilijkste tijdperk voor de Tukkers. In 2003 werd de club zelfs failliet verklaard, maar onder voorzitter Joop Munsterman werden de schulden grotendeels weggewerkt.

Onder coach Fred Rutten werd in 2006 de weg omhoog definitief ingezet. Door, net als bij de andere Overijsselse clubs, nuchter en gedegen financieel en sportief beleid te voeren, wilde FC Twente aansluiting vinden bij de traditionele topclubs. Met een begroting van 15 miljoen euro (circa een derde van het huidige budget) wist de selectie, voornamelijk bestaande uit transfervrije spelers, de vierde plek in de Eredivisie te veroveren. Destijds een topprestatie voor een club van het formaat van FC Twente.

Ook de jaren erna speelden de Tukkers stabiel om de plekken voor Europees voetbal, met als hoogtepunt het landskampioenschap in 2010. Een kroon op het werk van voorzitter Munsterman, die goedkope (jeugd)spelers liet bloeien in Enschede, bijvoorbeeld Eljero Elia, Marko Arnautović, Ola John, Blaise Nkufo en – recenter – Dusan Tadic en Quincy Promes.

Ook deed Munsterman in de marketing een erg geslaagd trucje, iets wat PEC Zwolle ook probeert na te streven: het bereiken van de complete regio. FC Twente is de enige club in Nederland met niet de stad, maar de gehele regio in de clubnaam. Door het achterland te vergroten (zelfs met de successen van buurman Heracles Almelo) konden meer sponsoren gevonden worden. In concurrentsteden Deventer en Zwolle zijn bijvoorbeeld bedrijven te vinden die sponsor zijn van FC Twente.

Ook deed Munsterman in de marketing een erg geslaagd trucje, iets wat PEC Zwolle ook probeert na te streven: het bereiken van de complete regio.

Toch gaat het niet alleen maar over rozen in Enschede. Vorig seizoen werd Europees voetbal misgelopen, en belangrijker: de club werd ingedeeld in categorie 1 van het eerder beschreven categorieënsysteem van de KNVB. Er was zelfs een liquiditeitsprobleem – iets wat we recent eigenlijk alleen maar kennen bij clubs als Fortuna Sittard en wijlen SC Veendam en AGOVV. De club had geld nodig, en vond dit in de persoon van Jorge Mendes, eigenaar van de investeringsmaatschappij Doyen Sports.

Met deze actie verhoogde Munsterman dan wel het kapitaal bij FC Twente, het gaf wel een deel van de toekomstige transferinkomsten weg. Zo ontving Doyen Sports een aanzienlijk gedeelte van de opbrengst van de transfers van Quincy Promes en Dusan Tadic. Een op het oog vreemde ontwikkeling, maar Munsterman staat achter de keuze. Hij wil doorgroeien met de club, en met het vrijgekomen kapitaal kan hij bijvoorbeeld het stadion vergroten om meer inkomsten te genereren. Zal FC Twente op die manier de definitieve stap naar de vaderlandse top maken?

Kunnen de Overijsselse clubs dit succes volhouden?

Hoe mooi het ook lijkt in Overijssel, vier clubs in een provincie is erg veel. Ter vergelijking: Limburg heeft ook de beschikking over vier profclubs, maar daar voetbalt er niet één in de Eredivisie. En het verschil in inwoners tussen deze provincies is marginaal: circa 10.000 inwoners. Dit duidt er dus op dat de clubs in Overijssel relatief veel in hun mars hebben.

Zo trekt elke Overijsselse club een bomvol stadion. Van de vijf stadions met de hoogste bezettingsgraad van de Eredivisie, staan vier stadions in Overijssel (zie grafiek 3). Het lijkt dus meer dan logisch dat alle clubs hun huidige onderkomens willen verruilen of verbouwen om meer toeschouwers te trekken.

Grafiek 3: de bezettingsgraad van de clubs uit de Eredivisie in het seizoen 2013/2014

Grafiek 3: de bezettingsgraad van de clubs uit de Eredivisie in het seizoen 2013/2014

Toch ziet Erik van Spanje van het sporteconomisch adviesbureau Hypercube de bezettingsgraad niet als enige manier om de potentie te voorspellen: ‘Het aantal toeschouwers is slechts één factor in het verzorgingsgebied. De andere – en deze is nog belangrijker – is het aantal bedrijven dat in de regio gevestigd is.’

Van Spanje is evident over de groeimogelijkheden van de vier clubs: ‘PEC Zwolle heeft een mooi eigen verzorgingsgebied en moet in staat zijn een stabiele bewoner van de Eredivisie te worden/blijven. Heracles Almelo zal met het nieuwe stadion groeien en FC Twente mogelijk in de weg zitten, maar beide clubs blijven sterk genoeg om constant in de Eredivisie te spelen. Voor Go Ahead lijkt mij de ambitie om een stabiele bewoner van de Eredivisie te worden te hoog gegrepen’, aldus Van Spanje.

Go Ahead Eagles
In Deventer is men op de hoogte van de geringe overlevingskansen in de Eredivisie in het huidige onderkomen. Er moet met spoed uitgebreid worden, zonder het nostalgische stadion te verloochenen. Dit gaat komende zomer gebeuren en staat los van de sportieve prestaties – bij een eventuele degradatie zal het stadion ook worden uitgebreid naar een capaciteit van 11.000 toeschouwers.

Het belangrijkste van de verbouwing is de komst van skyboxen en business-seats, wat onmisbare faciliteiten zijn voor het genereren van meer inkomsten. Toch heb je hierbij de hulp van het bedrijfsleven nodig, een eigenschap waar Go Ahead Eagles vooralsnog achterloopt op de drie overige clubs in Overijssel. Het verzorgingsgebied van de club lijkt echter groot genoeg; de zogenaamde Stedendriehoek (Deventer, Apeldoorn en Zutphen) telt circa 430.000 inwoners, iets minder dan de regio Twente. Go Ahead Eagles zal dus buiten de provinciegrenzen moeten treden om het bedrijfsleven meer aan te wakkeren.

Het verzorgingsgebied van Go Ahead Eagles lijkt echter groot genoeg; de zogenaamde Stedendriehoek (Deventer, Apeldoorn en Zutphen) telt circa 430.000 inwoners, net iets minder dan de regio Twente.

Uiteindelijk staat of valt een voetbalclub bij de sportieve prestaties en de bijbehorende scouting. Vorig seizoen leek dat in orde; met een frisse en jonge selectie speelde de ploeg van Foeke Booy attractief, aanvallend en soms een tikkeltje naïef voetbal. Dit seizoen moet blijken of de selectie in staat is om een langer verblijf in de Eredivisie vast te stellen. Toch zal er op de lange termijn meer geld moeten worden geïnvesteerd om structureel door te groeien naar de middenmoot.

Voor Go Ahead wordt het een hels karwei om, zoals Heracles dat eerder deed, een aantal jaar achter elkaar in de Eredivisie te blijven. Waarschijnlijker is dat Kowet terugkeert naar het tweede niveau. Gedegen wordt er gebouwd aan een nieuw Overijssels voetbalbolwerk – dat vergt wat geduld, voor supporters en bestuursleden.

Heracles Almelo
Ondanks het moeizame begin in het seizoen – en het daaropvolgende ontslag van Jan de Jonge – heeft Heracles Almelo volgens Van Spanje dus wel genoeg potentie om een structurele eredivisionist te blijven. Hier hebben ze echter wel een nieuw stadion voor nodig. Begin deze maand kwam het plan voor de vernieuwbouw van het Polman Stadion definitief door de gemeenteraad.

Met een capaciteit van 13.500 toeschouwers, waaronder 20 skyboxen (300 stoelen) en 1700 business-seats, wil ook Heracles meer kapitaal uit het stadion genereren, iets wat eerder al succesvol was bij provinciegenoten PEC Zwolle en FC Twente.

De verwachting van de club is een stijging van de begroting naar 13,3 miljoen euro in 2019/2020; een stijging van 43% ten opzichte van de huidige begroting. Wat je kunt bereiken met de uitbreiding van een stadion, heeft rivaal Twente eerder deze eeuw aangetoond. De omzet explodeerde in Enschede, waarop het sportieve succes volgde. In Almelo hebben ze ongetwijfeld hetzelfde voor ogen. Het vernieuwde stadion kan de Heraclieden nog veel plezier bezorgen.

Wat je kunt bereiken met de uitbreiding van een stadion, heeft rivaal Twente eerder deze eeuw aangetoond. De omzet explodeerde in Enschede, waarop het sportieve succes volgde.

Het probleem: een vernieuwd stadion laat nog wel even op zich wachten, waardoor Heracles eigenlijk stil staat op het moment. Sterker nog, in Almelo moeten ze ervoor oppassen dat ze niet een stap terug doen en ieder jaar tegen degradatie voetballen. Het niveau van de selectie daalt en daarmee de prestaties. Een jaar Jupiler League zou een fikse tegenvaller betekenen.

Op het veld presteerde de Heraclieden de laatste seizoenen niet eens zo slecht, buiten het veld veranderde er simpelweg te weinig. Het stadion en andere faciliteiten zijn nauwelijks verbeterd. Dat is terug te zien in de omzet; die is ten opzichte van het vorige seizoen zelfs achteruitgegaan. Niet echt ideale omstandigheden om de zo gewenste stap vooruit te maken.

Geduld is voorlopig het toverwoord in Almelo.

PEC Zwolle

De sportieve prestaties van PEC Zwolle waren de afgelopen jaren uitstekend. De begroting is stijgende en het stadion is onlangs weer uitgebreid. Alles wijst erop dat PEC Zwolle middels deze positieve ontwikkeling een blijvertje in de Eredivisie gaat worden.

Dit komt ook mede door het achterland waar de club zich in bevindt. In de directe omgeving (< 40km.) bevindt zich enkel Go Ahead Eagles. De IJsseldelta, het verzorgingsgebied van PEC Zwolle, is daarnaast ook één van de weinige regio’s in Nederland waar het bedrijfsleven groeiende is, en ook lijkt te willen investeren in de succesvolle club uit de provinciehoofdstad.

Het nieuwe IJsseldelta Stadion heeft dan ook bijgedragen aan de financiële ontwikkeling van de club. In de Telegraaf keek Jan Smit dan ook jaloers naar de snelle ontwikkeling van PEC:
“Als ik langs het stadion van PEC loop, word ik doodziek. Hier zijn wij in Almelo al zeven jaar mee bezig. Hier zit een wooninrichting in, er zit een casino in, een restaurant, een hotel, een boekhandel, een kinderkledingwinkel… Maar in Almelo mag het niet. Please tell me! Waarom mag dat hier wel en bij ons niet? Dat heeft ons gewoon geblokkeerd in de ontwikkeling. Of deze situatie de tol is die we daarvoor betalen? Absoluut! We hebben gewoon ongelooflijk stilgestaan als club zijnde.”

PEC Zwolle vergroot zijn voorsprong op streekgenoten Go Ahead en Heracles – FC Twente is nog ver weg.

En omdat Zwolle dankzij creatief transferbeleid over een goede selectie beschikt, en met Ron Jans een goede trainer in huis heeft, vergroot de club zijn voorsprong op streekgenoten Go Ahead en Heracles – Twente is nog ver weg. Met PEC gaat het van de Overijsselse clubs misschien wel het beste. De financiën zijn op orde, net als de selectie, en de huidige prestaties bieden meer dan genoeg perspectief.

FC Twente
Van alle vaderlandse clubs maakte het Twente van Joop Munsterman absoluut de grootste groei door het afgelopen decennium. Van provincieclub in de middenmoot naar nationale grootmacht met een landstitel in een paar jaar tijd. Toch horen we momenteel geen grote ambities uit de Enschedese monden. Dat heeft alles te maken met de – eerder al aangegeven – financiële problemen die de Twentenaren op het moment kennen.

Dat heeft niets te maken met een te klein achterland of een gebrek aan sponsors. Twente gaat zeker nog in het achterland investeren, maar de huidige situatie heeft daar niets mee van doen. De regio Enschede is een uitstekende uitvalbasis voor een voetbalclub. Er zijn genoeg bedrijven en bovendien is er met Duitsland nog een enorm potentieel op het gebied van bedrijven en sponsoring.

Even pas op de plaats dus voor de normaliter immer ambitieuze voorzitter. Een groter stadion is nog steeds een doel, maar voor FC Twente is het vooral belangrijk dat de rust terugkeert. Want na het kampioenschap gaat het bergafwaarts. Om de titel werd daarna nog maar één maal meegedaan – dat is alweer ruim vier jaar geleden.

Die titel lijkt er ook dit seizoen niet in te zitten. Twente is voorlopig veroordeeld tot de subtop, maar de bedoeling is dat er binnen enkele jaren structureel om de titel meegedaan wordt. Alfred Schreuder is de architect van dat project, à la Fred Rutten een aantal jaar terug.

Er liggen echter nog zat plannen in het Grolsch Veste, ze worden alleen even vooruit geschoven. Het stadion moet en zal nog groeien naar pakweg 45.000 plaatsen, het trainingscomplex wordt gemoderniseerd en de jeugdopleiding is ook nog altijd voor verbetering vatbaar. Er zitten momenteel wel een aantal grote talenten bij de selectie, maar op termijn wil Twente zich gaan meten met Ajax en Feyenoord. Wat dat betreft heeft de vereniging nog een lange weg te gaan. Qua individuele begeleiding, niveau van de trainers en faciliteiten zijn eerdergenoemde clubs nog een klasse beter.

Genoeg ideeën om op structurele basis in de top drie te spelen dus. Maar voorlopig moet de FC nog voorzichtig zijn met het uitspreken van ambities. De KNVB ligt op de loer.

Hoe is het succes van de Overijsselse voetbalclubs te verklaren?

Er zijn verschillende verklaringen te vinden voor het succes van de vier Eredivisieclubs uit Overijssel.

Een van die gezamenlijke succesfactoren is het nuchtere beleid dat iedere club voert. Door verstandig en gedegen beleid te voeren zijn de clubs gekomen waar ze nu zijn. Bij Heracles geeft Jan Smit geen cent meer uit dan er binnenkomt, net als Edwin Lugt bij Go Ahead. Joop Munsterman haalde eerst zijn club Twente uit het financiële dal en vervolgens ging hij pas investeren. Door het stadion te exploiteren waren inkomsten gegarandeerd, waardoor er geïnvesteerd kon worden. Bryan Ruíz kon gehaald worden doordat de inkomsten van Twente enorm stegen in de voorafgaande seizoenen.
PEC Zwolle onderscheidt zich de afgelopen seizoenen door slim transferbeleid gecombineerd met een duidelijke visie. Een relatieve topper als Necid werd goedkoop binnengehaald; uit Australië en Nieuw-Zeeland werden Trent Sainsbury en Ryan Thomas opgehaald. Ondanks dat de beste spelers weggehaald zijn, heeft PEC wéér een goede selectie op de been weten te brengen.

Ook een opvallende gemeenschappelijke factor is het financiële dal dat iedere club op haar eigen manier gekend heeft. Zo nooit meer, zullen ze in Overijssel gedacht hebben. Want na een sportief-financiële crisis gingen de verenigingen stuk voor stuk gezond en verstandig besturen. Dat komt mede door de eerder genoemde nuchterheid, die vanzelfsprekend is in de provincie.

Heracles, Go Ahead en PEC blijken vaak een springplank voor een mooie voetbalcarrière.

Daarnaast zijn alle clubs bezig met hun achterland en hun stadion. Bij iedere club liggen plannen om het stadion te moderniseren en te vergroten, en dat geldt bij enkele clubs ook voor het trainingscomplex. Ze beseffen alle vier dat goede faciliteiten een belangrijke conditie is op weg naar stabiliteit.
De stadions zitten niet voor niets bijna helemaal vol. Voetbal leeft in Overijssel en daar wordt slim van geprofiteerd. Heracles, Go Ahead en PEC blijken vaak een springplank voor een mooie voetbalcarrière.

Hoe is dit succes vol te houden?

Er is zeker perspectief voor de vier clubs. Twente, Heracles en Zwolle beschikken over levendige regio’s en zijn daarmee verzekerd van fans en sponsors. Een uitstekende basis om een stabiele Eredivisiespeler te worden. Twente en Zwolle beschikken over een moderne thuishaven en bij Go Ahead en Heracles liggen daar plannen voor. Wat dat betreft zit het wel snor in de provincie.

Go Ahead zal normaliter het hardst aan de bak moeten van de vier. Het stadion moet ingrijpend veranderd worden, er moet meer gebruikgemaakt worden van het achterland en nog meer bedrijven moeten aan Go Ahead gekoppeld worden. Zwolle, Twente en Heracles zijn in principe verzekerd van een plaats in de Eredivisie de komende jaren. Voor Go Ahead is het zaak de komende jaren hard te groeien – het kan een voorbeeld nemen aan zijn provinciegenoten.

Het credo voor de komende jaren is vooral: geen gekke dingen doen, dan komt het allemaal goed.

Dit artikel is geschreven door Philip Schreurs en Kees Leurink

Achtergrond: het succes van voetbalprovincie Overijssel
5 Stemmen: 2

Over de auteur

One Response to Achtergrond: het succes van voetbalprovincie Overijssel

  1. PV zegt:

    Lawl @ Twente

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *